Afscheid van een koninklijk café

Alles vergruizelt, ooit. Gisteren, 28 december 2014, verdween de Koninklijke Harmonie van de radar in mijn geboortedorp. Een café met duivenlokaal en fuifzaal. In de volksmond ook gekend als De Luchtklievers of gewoon ‘bij Vogelaere’. Als tienjarige verwonderde ik me er over de duiven die van Kalken naar Barcelona vlogen en terug. Als zestienjarige dronk ik in het café mijn eerste pinten, na een gewonnen voetbalwedstrijd bij H.O. Kalken. Als negentienjarige botste ik in de fuifzaal pardoes op een mooie jongedame die veel later mijn vrouw werd, al had ik daar toen nog geen flauw benul van. Opeens was het veel te warm in de al broeierige fuifzaal van de Koninklijke Harmonie.

Het was een café met geschiedenis en piscines met een reukje. Een café waar voetbaloverwinningen en nederlagen gevierd werden. Een café waar jarenlang op zaterdag- en zondagavond een dansje werd geplaceerd op de tonen van Will Tura en André Hazes. Heupwiegend rond het biljart. Waar kaarters, biljarters en pronostikeerders zich thuisvoelden. Waar de tijd elk jaar een beetje meer stil stond.

Gisteren was de allerlaatste dag dat Anne-Marie en Patrick het café openhielden. Daarom voelde ik het als mijn morele plicht om nog eens dag te zeggen. En een pint te drinken, of twee, met mijn schone broer. Maar voor ik het goed en wel besefte, stonden de pinten in het gelid. Ze vermenigvuldigden zich als brood en wijn. Zeker nadat mijn schone broer het koperen klokje in het oog kreeg, links boven de toog, met het opschrift Vocem meam a ovime tangit. Potjeslatijn, vrij vertaald: ‘wie me aanraakt, zal mijn stem horen.’

En zo geschiedde. Opeens voelde heel het café zich geroepen om ons terug te trakteren. In een goeie café gebeurt trakteren stilzwijgend en vanzelf, als een ultieme blijk van ‘jij bent een van ons’, deze avond. De sfeer zat er goed in, we waren verder van huis dan ooit tevoren.

De muziek ging allengs wat luider en een ietwat bronstige cowboy danste met een lokale deerne op leeftijd en met pantermotief. Plots, alsof het zo moest zijn, donderde een van de vier geluidsboxen naar beneden. Een tragisch ongeluk werd op het nippertje vermeden – stel u voor dat er op de allerlaatste dag alsnog slachtoffers vielen – en een tooghanger met zin voor filosofische cafépraat zei de gevleugelde woorden: ‘Ik denk dat de boxen moe zijn.’

Zo is ook het liedje van de Koninklijke Harmonie uitgezongen. Alweer een café minder in het dorp. Wij trokken huiswaarts met enkele dozen bierglazen en het klokje als afscheidscadeau. En ook al wachtte ons thuis misschien een fikse uitbrander, we schreven mee geschiedenis. Of toch een heel klein stukje.

 

This entry was posted in HOME, KEGELKES.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>