De man die taal aanvoelt

Hugo (47) is doofblind. Hij lijdt aan het Von Hippel-Lindau-syndroom, een erfelijke ziekte die het zicht en het gehoor onherroepelijk heeft aangetast. Op zijn 21ste werd hij blind, op zijn 27ste doof. Hugo is Hieronymus Lorm, een Oostenrijker die leefde in de negentiende eeuw, enorm dankbaar. Lorm ontwikkelde een handalfabet dat op elke geschreven taal toepasbaar is. Je spelt of tikt de woorden letter per letter op de vingers en in de handpalm. Zo voelt Hugo wat je zegt. Tactiele communicatie, in het jargon.

Dag Hugo, gaat als volgt:

D: strijk over de middelvinger van de top naar beneden
A: tik op de duimtop
G: strijk over de ringvinger van de top naar beneden

H: strijk over de pink van de top naar beneden
U: tik op de top van de pink
G: strijk over de ringvinger van de top naar beneden
O: tik op de top van de ringvinger

Hugo houdt van een schuine mop. Als de persoon vlak naast hem schokt van het lachen, voelt hij aan den lijve dat zijn mop heeft gewerkt. Woord wordt vlees. Hij steekt graag de draak met anderen, en met zichzelf. “Ik heb al 25 jaar mijn eigen smoel niet meer gezien, gelukkig maar.”

Praten kan hij wel, al kost het – zeker de eerste keer – veel moeite om hem te verstaan. Logisch, want hij hoort zichzelf al 20 jaar niet meer. Zodra hij een vermoeden heeft, spreekt hij het woord uit. Al snijdt hij soms zo de pas af van de vrijwilliger.
Ik vraag me af of hij nog vat heeft op de Tijd, dag van nacht kan onderscheiden, weekdag van weekend. Maar Hugo verrast me. Al zijn afspraken voor de komende maand zitten gebetonneerd in zijn hoofd. Bovendien vergeet hij niets. De hersenen als archiefkamer, volgestapeld met herinneringen. “Naar het schijnt is mijn geheugen extraordinair. Ik moet echt alles onthouden, zelfs waar ik een glas op de tafel zet, anders komen er brokken van.”

We praten over liefde en seks. Tuurlijk heeft hij nog seksuele verlangens. “Soms raak ik per toeval de borsten van een verpleegster aan, wanneer ze me insuline geeft. Blijf dan maar kalm.” Hij ziet niets, hoort niets, maar hij ruikt, smaakt en voelt beter dan wij. Hij ruikt de tomatensoep in het restaurant terwijl ze nog onderweg is, de grasparkiet in de kamer of het parfum van de vrijwilligster.

Hij is niet gehaast om te sterven, maar als het echt niet meer lukt om zelfstandig te leven, dan kiest hij voor euthanasie. Zijn vrijwilligers houden hem op de been. Zijn vrijwilligers zijn echte helden. Ze leerden het Lorm-alfabet, gaan met hem op restaurant, vertellen hem wat er in de wereld gebeurt. Vrijheid. Dat is zijn allergrootste rijkdom, en zonder vrijwilligers is hij die kwijt.

We ‘schrijven’ onze eerste zinnetjes op zijn hand. Hij verstaat ze, wonderbaarlijk. Het wordt hoog tijd dat we deze nieuwe taal leren.

This entry was posted in HOME, KEGELKES.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>