Ecce Homo Elektricus

Ecce Homo. Deze woorden zou de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus gezegd hebben toen hij Jezus toonde aan het joodse volk na de geseling met de doornenkroon. Ecce Homo is ook de titel van een werk van de filosoof Friedrich Nietzsche. Die zou ongetwijfeld ook een mening hebben geventileerd over een nieuw soort homo: de Homo Elektricus, waarmee ik doel op de ‘met een elektrische fiets rijdende medemens’.

Als fervent fietser zonder elektrische hulpstukken heb ik me lange tijd in stilzwijgen gehuld, maar nu moet het eruit: ik hou niet van de elektrische fiets(er). U hoeft het daar volstrekt niet mee eens te zijn, want de elektrische fiets(er) heeft meer dan ooit de wind in de zeilen, al heeft hij de hulp van de wind niet meer nodig. Jong en oud kopen de vehikels, ze besparen op zweet en energie, ze zijn gebruiksvriendelijk, je kan langere afstanden afhaspelen in minder tijd, ze zijn ideaal voor de fietsforenzen die niet als een stinkend rund op het werk willen verschijnen, senioren met een bescheiden conditie worden weer mobiel,…

Naar het schijnt zouden elektrische fietsers ook potentiële brokkenpiloten zijn. Iemand die vroeger 20/uur reed en nu plots 35/uur moet veel sneller anticiperen op de andere, veelal tragere weggebruikers. Enige behendigheid is geen overbodige luxe om een uitslaand portier of een argeloze voetganger nog net te vermijden. Maar dat geheel terzijde. Het is de romantische fietser in mij die revolteert tegen de elektrische fietser. Onlangs zat ik in het wiel van zo’n elektrische fietser; het leek wel een derny-onderonsje, net als op de piste tijdens de Gentse Zesdaagse. Hij draaide aan zijn ventiel en speelde kat en muis met mij. Ik kon de ‘brommer’ niet volgen, mijn kuiten verzuurden, ik zweette me kapot terwijl hij al fluitend in de boter trapte. Maar dat is nu net waar fietsen om gaat: fietsen is ook en vooral afzien, het is een strijd met en tegen de natuurelementen, Aeolus op kop. Het is een manier om lichaam en geest beter te leren inschatten. En, samen met het jus uit de benen, verdwijnen ook de dagelijkse zorgen. Geloof me nu maar.

Ecce Homo Elektricus, fluister ik misprijzend als er alweer een elektrische bolide voorbij mijn deur zoeft. Ze hebben ongelooflijke haast, die elektrische fietsers. Stilletjes hoop ik dat zijn motortje het begeeft – acute stroompanne!-  en hij weer, al is het maar voor even, aangewezen is op eigen kuitkracht.

This entry was posted in HOME, KEGELKES.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>