Er schuilt een Plato in uw kind

December 2011: onze overbuur, boer Paul, is dood. Zijn hart ging plots in surplace. Onze kinderen waren er kind aan huis.
September 2013: opa is dood, die vrolijke man die hen altijd in de lucht gooide.
Net voor de nacht het overneemt van de dag komen de onvermijdelijke ‘waarom-vragen.’

Dochter: ‘Papa, ik wil niet gestorven worden.’
Papa: ‘Jij gaat nog heel lang leven hoor.’
Dochter: ‘Maar jij gaat voor mij sterven, en dat wil ik niet.’
Papa: ‘Weet je wat? Als ik er niet meer ben, moet je denken aan wat we allemaal samen deden, en dan heb je papa altijd bij jou.’
Dochter: ‘Volgens mij maken de mensen die dood zijn, tekeningen in de wolken. Zo praten ze met ons.’

Vanaf 6 jaar geraken kinderen geïnteresseerd in abstracte grotemensenthema’s als dood, verdriet, geluk, haat… Je kan de dood  niet meer wegstoppen voor een zesjarige. Ze zien de harde beelden op televisie, horen de wrede verhalen, zoals de terreur van vorige week. Hun fantasie voedt het denken. Maar als onze kinderen zich doordenkertjes laten ontvallen à la ‘Waar ben je na je dood’ of ‘Waarom doden mensen andere mensen?’, dan zeggen we vaak: ‘Je bent daar nog te jong voor’.

De dood is een taboe, maar kinderen voelen dat zo niet aan. We zijn bang om dat kind verdriet aan te doen, maar wat berokkent het kind het meeste schade: de vraag waarom opa gestorven is negeren of ze proberen te beantwoorden? Als ouders voelen we ons meestal verplicht om onmiddellijk een antwoord te geven. Hoeft niet. Een kind stelt geen vraag als het er zelf nog niet over nagedacht heeft. Kaats de bal terug: ‘Ik weet het niet. Wat denk je zelf?’, en je bent vertrokken. Het is fantastisch om als kind te beseffen dat papa’s en mama’s niet alles weten.

Kinderen die regelmatig filosoferen leren creatief denken, worden taalvaardiger, vergroten hun zelfvertrouwen en geluk. Als je zelfstandig leert nadenken, en de waarde leert inzien van je eigen ideeën, stijgt je zelfvertrouwen. Filosoferen staat ook haaks op onze discussiecultuur in politieke debatten, waarbij ieder zijn mening met hand en tand verdedigt en nooit afwijkt van zijn standpunt. Filosoferende kinderen durven gemakkelijk hun mening herzien als blijkt dat de ander een beter argument heeft. Hoe meer ze filosoferen, hoe minder schroom ze hebben om te zeggen ‘ik ben het niet met je eens omdat…’. Daar kunnen onze politici nog iets van opsteken.

Waarom zouden we filosoferen niet introduceren als vak op de basis- en secundaire school? We worden volgepropt met kennis, maar er is niemand die ons leert nadenken waarom we bijvoorbeeld wiskunde of talen moeten leren. Geef hen de kans om na te denken waarom ze tijd moeten investeren in het absorberen van die kennis, en hun motivatie zal stijgen.

De vragen om over te filosoferen met kinderen zijn onuitputtelijk: Zijn uw vrienden soms ook uw vijanden? Bestaan er ook lieve monsters? Kunnen bloemen gelukkig zijn? De meeste kinderen houden van filosoferen. Alleen hebben wij, ouders en leerkrachten, het vaak niet door. Of we hebben het te druk. Of we durven simpelweg de confrontatie niet aan.
Filosoferende kinderen staan later zelfstandiger, kritischer en toleranter in het leven.
Onze maatschappij heeft, meer dan ooit, nood aan kleine filosofen.

This entry was posted in HOME, KEGELKES.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>