Zoeken

Fins Lapland. In het Hoge Noorden. Into the wild. Acht dagen op crosscountry ski’s door surrealistische sneeuwlandschappen. Acht dagen zonder elektriciteit en wifi, maar met veel grinta en een pulka. Verslag van een expeditie buiten de lijntjes, met de barre koude als trouwe reisgezel. Het Noorderlicht kregen we er gratis bij.


Tekst Sam De Kegel – foto's Brent D’Hooge


Een primitieve sauna, diep verscholen in de bossen van het nationaal park Urho Kekkonen, vlak bij het Luirojärvi-meer. We zitten een eind boven de Poolcirkel en lijken lichtjaren verwijderd van de bewoonde wereld. Terwijl het buiten minus 35 C° vriest, gooien we nog wat water op de kachel die we met kolen en hout aanvuren. Sissende stoom. “Wie durft er in zijn blootje naar buiten lopen”, daagt expeditielid Anton uit. Even later huppelen zes mannen in adamskostuum een halve minuut uitgelaten in de sneeuw, terwijl boven ons hoofd het Noorderlicht danst, één van ‘s werelds meest impressionante natuurverschijnselen.


This is Lapland as it really is: huge, solemn, unshakeable and mighty


Nog de hele avond turen we naar de witte en lichtgroene sluiers aan de heldere hemel, vanop een bevroren meer. Met de twinkelende ogen van kleine kinderen, vol verwondering. Tot de koude onze handen en voeten zo geselt dat we terug de warmte van onze wildernishut opzoeken. “Koester deze dag”, zegt Brent, de expeditieleider. “Wie kan er zeggen dat hij overdag zeven uur met een pulka (slede, red.) door de sneeuw langlauft bij -30 °C, vervolgens het Noorderlicht ziet en de avond afsluit bij + 80 °C?”

HUGE AND UNSHAKEABLE Dit is dag 3 van een achtdaagse ontdekkingstocht door een van de meest ongerepte nationale parken van Finland. “This is Lapland as it really is: huge, solemn, unshakeable and mighty”, schreef Ester Hjelt-Cajanus, hoofd van een Fins reisagentschap, in 1924 al over dit nationaal park. Wie Lapland echt wil voelen, kiest voor een doe-het-zelfexpeditie door het land van dennenbossen, betoverende sneeuwlandschappen en bevroren meren. Zoals die van Into the Arctic, een Belgische specialist in Laplandreizen. Oprichter Brent D’Hooge begeleidde al zeventien expedities in Urho Kekkonen. Hij post bewust geen blogs of gedetailleerde routes omdat hij dit stukje natuurschoon wil conserveren. Ver weg van de commercie. Wie de natuur liefheeft, wil ze behoeden voor haar ondergang. Het concept van hun ‘Taïga poollicht expeditie’: als een expeditielid rondtrekken op crosscountry ski’s – brede langlauflatten met stijgvellen – met één doel: ’s avonds de volgende wildernishut halen. We spelen zelf voor husky en trekken onze bagage voort. Wie luxe koestert, blijft beter thuis. Wie graag fysiek en mentaal zijn grenzen opzoekt, voelt zich hier thuis. Brent: “Onze missie? Voor avontuur zorgen dat je zelden of nooit zelf zou kunnen bedenken zonder vele jaren investeren. Onze expedities zijn voor iedereen haalbaar. Een stevige basisconditie en mentale weerbaarheid zijn wel onontbeerlijk. Ik heb ook al sporters met afgetrainde lijven onderuit zien gaan, omdat ze niet tegen de kou konden. Een klein speklaagje kan helemaal geen kwaad, integendeel”, lacht hij.



“Heb ik te veel Roald Dahl gelezen? Neen, dit is a natural high, een trance in de sneeuw”


DUURZAME DIEPVRIEZERS

De omkadering zit snor, want voor deze expeditie gaat er uitzonderlijk een tweede gids mee, Willem, medeoprichter van Into the Arctic. Hij kent de Pyreneeën, Noorwegen, het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland en de hele kustlijn van Groenland als zijn broekzak en trekt nu voor het eerst door dit natuurgebied in Fins Lapland. De avond voor de start van de expeditie krijgen we - vier mannen en drie vrouwen - in Kiilopää, een sportcentrum aan de rand van Urho Kekkonen, de briefing voor de komende acht dagen. Die zitten in een strak korset. Om 7 uur opstaan en ons materiaal in compressiezakken steken. Ondertussen hebben de gidsen de houtkachel al in gang gestoken en water gekookt. Om 7.15 uur een stevig ontbijt, want door de koude temperaturen verbrandt ons lichaam meer calorieën dan normaal. Overdag zullen we slechts halthouden voor korte pitstops met zoete energiebommetjes en warme thee. Om 8.30 uur starten met langlaufen. Afhankelijk van de sneeuwcondities, de hellingen, het weer en onze conditie leggen we tussen de 15 en 20 km per dag af. Rond 16 uur arriveren we aan de hut, laden we de pulka’s uit en ontvriezen we de avondmaaltijd van die dag. De sledes zijn onze mobiele, duurzame diepvriezers. Bij aankomst aan de wildernishut is het cruciaal om ze onmiddellijk op te warmen, opdat we zelf sneller opwarmen en onze kledij kan drogen. “Je hebt steeds visueel contact met je voorganger en als ik met mijn skistokken een kruis maak, moet iedereen stoppen. Water halen doe je nooit alleen, maar minimaal met twee personen. En ja, het nummer van de satelliettelefoon is 112#. Maar dat gebruiken we enkel in uiterste nood.”


NATURAL HIGH

De briefing is duidelijk, maar the proof of the pudding is in the eating. De zenuwen gieren door de kelen bij de start. Na enkele kilometers wordt al duidelijk dat dit geen walk in the park wordt. De eerste kennismaking met de ski’s, de sneeuw en de pulka is onwennig. Ik voel me zoals bij mijn eerste lief, net voor die eerste kus. Je wil voluit gaan, maar aarzelt en weet niet van aanpakken. Net wanneer ik het gevoel krijg dat de ski’s beginnen glijden, doemt de eerste heuvel op. Die verdomde pulka, gemiddeld 40 kg zwaar, lijkt nu meer op een koppige steenezel. De hartslag gaat onheilspellend naar omhoog, gelukkig is de top in zicht. Op een bultje van twee meter blijf ik echter haken. “Shit, ik hou de anderen op. Komaan, zet kracht op je dijen”, pomp ik mezelf moed in. Even later blaast de wind ijzig op de wangen. We weten dan nog niet dat dit slechts het voorspel is voor de koudegolf die op til is.

Naarmate de dag vordert, kom ik voor het eerst in de runners’ high, maar dan op latten. Mijn fantasie gaat op de loop. In de besneeuwde dennenbomen en struiken zie ik reuzenmieren, vuurspuwende draken en lucifers op mensenmaat. Heb ik te veel Roald Dahl gelezen? Neen, dit is a natural high, een trance in de sneeuw. De vermoeidheid neemt toe. Eén vraag suist nog door mijn hoofd: ‘Hoever is het nog naar die verdomde blokhut?’

Een vraag die onze gidsen liever niet beantwoorden, want tijd en afstand zijn hier een rekbaar begrip; een kilometer kan eindeloos zijn. Als we de hut eindelijk bereiken, gaat de riem er nog niet af. De gids stookt meteen de gietijzeren kachel op met hout, twee of drie vrijwilligers gaan op zoek naar water. Dat vinden we in nabijgelegen beekjes of riviertjes. Of we maken een gat in een bevroren meer. Leve water en vuur, twee natuurelementen die zo vanzelfsprekend lijken in onze luxemaatschappij. Wanneer je een halfuur een gat uithouwt in het 60 centimeter dikke ijs en dan het loepzuivere water ziet opborrelen, word je spontaan gelukkig.


OFF TRACK IN SURVIVALMODUS

De volgende dagen gaan we steeds vaker off track. Er zijn geen paden meer, we maken nu ons eigen spoor. Als eerste een eigen track maken, is pure vrijheid. Je voelt je een eigenzinnige ontdekkingsreiziger die onontgonnen terrein verkent. De eerste langlaufer maakt het spoor, de tweede effent de ‘middenberm’, daarna volgt de eerste persoon met pulka. Hij heeft het zwaarste karwei en maakt een soort geul of kommetje waar de rest door kan.

Teamwork rules. Je beseft zeer gauw dat je in dit onherbergzaam gebied op elkaar aangewezen bent. Vandaag help je een teamgenoot die met de pulka blijft haken achter een struik, morgen word je zelf gered, omdat je na een val een halve meter in de diepsneeuw zinkt terwijl je ski’s in een winkelhaak liggen. Bij de een is die ‘reddingsmodus’ net iets meer ontwikkeld dan bij de ander – we hebben twee brandweermannen mee, dat scheelt – maar elkaar te hulp schieten in benarde situaties schept een band.

Dankzij onze gps-tracker lopen we nooit verloren, maar dat gevoel krijg je wel als je een bos met diepsneeuw doorklieft, slalommend tussen weerbarstige bomen. En als we een helling afglijden, lijken we Bambi op ijs. Vallen, opstaan en weer doorgaan, ook dat is deze expeditie. Hoewel ze niet hoger zijn dan 800 meter, zien de Laplandse fells of tunturi’s (rotsachtige heuvels, net boven de boomgrens) eruit als dreigende reuzen. Als het te steil wordt, maken we brede haarspeldbochten. In elke bocht spartelt de pulka tegen. “Maak een korte heupslag”, adviseert de gids. Hoe hoger ik klim tijdens deze expeditie, hoe meer ik aan mijn dierbaren denk en de emoties opborrelen. Je komt in een survivalmodus; je krijgt bovennatuurlijke krachten, boort reserves aan waarvan je niet wist dat je ze had.


DOOR DE DUIVELSPOORT

Dag vijf dient zich aan als de Dag des Oordeels. We moeten door Pirun portti, de Duivelspoort. Eerst slingeren we ons door een beboste vallei. De sparren en dennen – ze kunnen tot vier ton sneeuw torsen - zijn gedrapeerd met een vorstelijk kleed van duizenden sneeuwkristallen. Een stroboscoop van zonlicht valt recht naar beneden. De crown snow, sneeuw en harde rijp die zich en masse opstapelt op de bomen, creëert surrealistische beeldhouwwerken. Opeens doemt hij op, Devil’s Gate, een diepe kloof tussen twee symmetrische heuvels, alsof er één spie van de taart is weggesneden. De klim naar boven is verraderlijk. Elke keer de top binnen handbereik lijkt, onthult zich een nieuwe helling. Het laatste stuk is zo steil dat de ski’s op de pulka gebonden worden en we te voet verder ploeteren. Op de top val ik in de armen van Anton. Samen kijken we naar een kudde van zo’n honderd rendieren die veiliger oorden opzoeken als ze ons in de gaten krijgen. In Fins Lapland zijn meer rendieren (200.000) dan inwoners (195.000). De hulpjes van de Kerstman leven meestal in het wild, maar zijn allemaal geoormerkt. De Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland, koesteren ze: het vlees om te braden of te roken, de vacht om te slijten aan toeristen, de hersenen om leer te poetsen. “Rendieren zijn slim, ze gebruiken graag onze tracks. In de winter overleven ze met minimaal energieverbruik”, weet Brent.



SAMEN VERKLEUMEN

De vraag die iedereen stelt na zo’n expeditie: ‘En, heb je afgezien door de koude?’ In Fins Lapland is het zo’n zeven maanden per jaar winter. In de koudste wintermaanden – wij trokken rond begin februari - zijn temperaturen tot min 35 graden onder nul geen uitzondering. De koude kent geen geduld. Je kan je er enkel tegen wapenen door je goed te kleden (zie kaderstuk). Ze laat zich vooral ’s morgens voelen en in de vooravond, als het fysiek labeur stopt en we de ijskoude blokhut zo snel mogelijk proberen op te warmen. Een ijzeren wet: als je hier niet beweegt, ril je snel als een espenblad. Een bezoekje aan het wildernistoilet, op wandelafstand van de blokhut, is een beproeving. Het lijkt een beetje op ons toilet uit grootmoeders tijd: een houten constructie met een gat. Daaronder: een piramide van bevroren kaka in een groene bak. De enige luxe: een bril in zwart piepschuim. En ook: geen stank.

Samen verkleumen voor een gietijzeren kacheltje of open haard in de blokhut na een dag glijden, creëert broederschap, maar uiteindelijk levert elk expeditielid zijn persoonlijk gevecht met de koude. “Ik ga thuis niet meer trunten als het iets frisser is”, zegt Annick. Handen en voeten zijn het gevoeligst, met tintelend witte vingertoppen als gevolg. De aders trekken samen waardoor minder bloed vingers en tenen bereikt om de rest van je lichaam voldoende warmte te geven. “Blijf rustig, straks komt er weer leven in”, sust Brent. “Je moet de koude aanvaarden.” Hij kent ze door en door. Door de vele expedities, hier en in Spitsbergen. Een goede expeditieleider leest de sneeuw, maar evenzeer de groep. Die groepsdynamiek is bijzonder. Na enkele dagen heeft iedereen zijn taken. Je leert snel elkaars sterktes en zwaktes. En ook die aanvaard je, moeiteloos.



ONTHAASTING, DE NIEUWE LUXE

Na een onvergetelijk avontuur van acht dagen genieten we in Kilopää nog van een savusauna, een rooksauna die wordt opgewarmd met een houtgestookte open kachel, zonder rookafvoer naar buiten. Wanneer de gewenste temperatuur bereikt is en de wanden hun warmte afgeven, wordt een luikje in het dak of de wand geopend en de deur op een kier gezet om de rook af te voeren. Dan is de sauna klaar. We nemen een houten zitplankje om ons op de zwartgeblakerde zitbanken te posteren. Enkele doorgewinterde Finnen gooien water op de kolen, de hitte blaast in het gezicht. Afkoelen doen we met een ijsduik in een beekje vlakbij. Finland telt ruim twee miljoen sauna’s, het is hun nationale hobby.

Deze expeditie was een fysieke en mentale beproeving, een digitale detox, maar vooral een oefening in onthaasting. Stap voor stap. Ik had zeeën van tijd om na te denken, maar meestal vertoefde ik in het zalige ‘nu’. Willem vat het zo samen. “Ik denk meestal aan niets. Maar enkele weken na een van mijn eerste trips, besliste ik om mijn doctoraat stop te zetten. Onbewust zet je alles op een rij en hak je nadien sneller knopen door.”

De wereld heeft nood aan wat meer traagheid, denk ik, wanneer ik een etmaal later in Zaventem tussen een lintworm van mensen op mijn bagage wacht. Voortaan zal ik nog méér dan vroeger onthaasten, in lichaam en geest.

Ik ga op expeditie naar Fins Lapland en ik neem mee…

- …een passende, warme uitrusting: cruciaal voor je comfort en veiligheid. De winters in Lapland kunnen extreem koud zijn (tussen de -5°C en -30°C, of nog kouder. Door de droge, continentale lucht is de koude relatief dragelijk.

- …voldoende laagjes. Het laagjesprincipe betekent dat je drie à vier dunne lagen aantrekt, in plaats van één dikke laag. De lucht tussen de lagen zorgt voor extra isolatie. Te veel kledij is niet goed, want dan zweet je sneller waardoor je terug sneller afkoelt.

- … kwalitatief thermisch ondergoed voor boven- en onderlichaam als basislaag. Thermisch ondergoed in merinowol is een aanrader, net als een ademende fleece als tweede laag en een windstopper of waterdichte jas mét kap en skibroek als buitenlaag. Ritsopeningen onder de oksel zijn handig. Open ze bij zware fysieke inspanningen of iets warmere temperaturen. Na de dagtocht doe je een warme donsjas aan, want wie stilstaat, koelt af.

- …warme donswanten, ademende muts en windstoppende buff. Handen, voeten en hoofd zijn zeer gevoelig voor de koude en kunnen vrieswonden (frostbite) veroorzaken. Een skibril is een aanrader bij stormachtig weer.

- cross-country ski’s met stijgvellen + aangepaste skistokken en goed gevoerde langlaufschoenen

- pulka of slede

- Koplampje, rond 15.00 uur wordt het donker in de wintermaanden.

- Satelliettelefoon, noodbaken en je persoonlijke EHBO. Niet te missen: ontstekingsremmers, compeed en kinesiotape.



De magie van het Noorderlicht

Het noorderlicht of Aurora Borealis ontstaat bij uitbarstingen van de zon waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes het heelal in geslingerd worden. In de buurt van de aarde buigt het magnetisch veld van de aarde de deeltjesstroom af richting Noordpool. Wanneer deze in de atmosfeer botsen op zuurstof- en stikstofatomen komt een enorme hoeveelheid energie vrij. Boven de Poolcirkel wordt de kans om het Noorderlicht te zien veel groter. Hoewel het zich nu laat voorspellen via apps en de zogenoemde planetaire magnetische index (Kp) op een schaal van 1 tot 9, ben je nooit 100 procent zeker dat je het natuurwonder kan zien. Dat is net de magie ervan. Al vergroot de kans op observaties sterk wanneer de hemel helder is en je diep de wildernis in trekt, zonder artificiële lichtvervuiling.


Een tiendaagse expeditie naar Fins Lapland met Into the arctic kost 2.150 euro, all-in. We vlogen op Ivalo met tussenlanding in Helsinki. Startpunt van de expeditie was Kilopää, op een uurtje rijden van Ivalo. Into the arctic voorziet alle expeditiemateriaal (toerlanglaufskiset en pulka) en safety (satelliettelefoon, noodbaken). Bij de reis kan je ook vrijblijvend een donsset huren met wanten, jas en slaapzak, zo blijf je bij extreme koude warm. Voor elke reis organiseert de reisorganisator een infosessie, waarin de groep al zijn vragen kan afvuren op de gids. www.intothearctic.be


33 keer bekekenSchrijf een reactie

Bijgewerkt: apr 7

Van nieuwe trends bij conscious consumers tot maatschappelijke uitdagingen rond ons klimaat en onze gezondheid: ze pushen onze voedingsproducenten en ingrediëntenleveranciers om vandaag te investeren in de voeding van morgen. Die is duurzaam, deels plantaardig, transparant, gezond én lekker.

Een voorsmaakje.




Ooit aten we dieren, dat is de prikkelende en controversiële titel van het nieuwste boek van Roanne van Voorst, de Nederlandse antropologe (35) die vegetariër werd op haar zestiende en veganiste op haar 33ste. Ze beschrijft de maatschappij na de ‘eiwittransitie’. Het ‘carnistische’ model heeft de baan geruimd voor het veganistische.


“We leveren nieuwe ingrediënten voor voedingsproducten die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde en evenwichtige voeding”

Geert Feys, Ingrizo

Diereneters zijn planteneters geworden. Ze doet boude voorspellingen, zoals: “In 2035 is tachtig procent van het aanbod in de supermarkt plantaardig.”

Ondergetekende was drie jaar geleden nog een carnivoor die zweerde bij zijn dagelijks stukje vlees, maar is nu een flexitariër die bewust één of meer dagen per week geen vlees eet en evenzeer geniet van een erwtenburger of pompoensalade. Omdat ik veel meer dan vroeger kritischer nadenk over dier- en milieuvriendelijkheid, maar ook omdat ik me zo fitter in mijn vel voel. Was vegetarisme in de jaren negentig nog iets voor de geitenwollensokkenhippies, dan is in 2018 volgens EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) 7% van de Belgen vegetariër, 1% is veganist, 16% eet regelmatig vegetarisch en 44% eet minder vlees dan de jaren voorheen.


EIWITREVOLUTIE


De eiwitrevolutie moet vandaag nog doorbreken, voor alle duidelijkheid. Maar the future is vegan, of toch deels. Er is een evolutie richting plantaardig en gezonder eten, ook al heeft vlees nog steeds zijn plaats in een evenwichtig voedingspatroon. De westerse consument wil in ieder geval meer transparantie: wat ligt er op mijn bord, wat is de nutritionele waarde, waar komt het vandaan én wat is de impact op het klimaat? Hij wil zijn voeding ook (opnieuw) vertrouwen. De dioxinecrisis, gekkekoeienziekte, of onlangs nog de listeria-bacterie, schudden ons wakker. Nadia Lapage, secretaris-generaal van Fevia Vlaanderen, bevestigt de trend dat een deel van de consumenten bewuster omgaat met voeding: “Onze voedingsbedrijven zijn niet blind. Ze kijken naar nieuwe trends in België én het buitenland, want gemiddeld 50% van de omzet wordt via export gerealiseerd. Enerzijds zien we consumenten die gezonder willen eten, dus minder verzadigde vetten, zouten, en suikers verorberen. Anderzijds zien we consumenten die gevoeliger worden voor circulair ondernemen, duurzame productie én verpakking van voeding.”


“Wat er niet goed uitziet en/of niet lekker is, zal niemand kopen. Dat blijft dé randvoorwaarde bij elke innovatie: het moet lekker zijn”

Nadia Lapage, Fevia Vlaanderen


In opdracht van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) publiceerde een studieteam van Technopolis en Blonk Consultants eind 2018 diepgaand onderzoek over de eiwittransitie. De studie schetst een objectief beeld van het potentieel voor Vlaanderen. Het streven naar een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten in humane voeding komt voort uit drie maatschappelijke tendensen: dierenleed voorkomen, milieu-impact verlagen en gezonder eten. De laatste jaren kiezen consumenten in Europa en Noord-Amerika steeds vaker voor een alternatief voor vlees in hun menu. Hiermee stijgt ook de vraag naar alternatieve eiwitingrediënten, voor het produceren van bijvoorbeeld vleesvervangers. Daarnaast wordt er volop onderzoek gedaan naar alternatieven voor vlees, zoals kweekvlees.

Voedingsmultinationals investeren in start-ups binnen de vleesvervangersindustrie en sluiten er partnerships mee. Voedingsreuzen als Nestlé en Unilever investeren fors in onderzoek naar vlees- en zuivelvervangers, omdat ze beseffen dat daar steeds meer vraag naar zal zijn. Nestlé, Europees marktleider en goed voor 1,5% van wat in onze winkelmand belandt, heeft een lijst van 36 verbintenissen opgesteld voor 2020, om het aandeel suiker, verzadigd vet en zout te verlagen en het aandeel groenten en gezonde ingrediënten te verhogen in hun aanbod, wat een enorme impact heeft op hun R&D.

Vandaag zijn ook kleinere Oost-Vlaamse vleesproducenten en -verwerkers ongetwijfeld achter de schermen bezig met die eiwittransitie, maar veel willen ze er nog niet over kwijt, bleek na een korte belronde. “Heel wat kmo’s in de vleessector beseffen dat ze de boot niet mogen missen, maar dat is niet evident als de middelen voor innovatie beperkt zijn, wat vaak het geval is bij kmo's. Grote bedrijven zijn sowieso de innovatievoorlopers, terwijl kmo’s innovatievolgers zijn”,”, zegt Nadia Lapage (Fevia). “Andere zetten in op korte keten, gezonder vlees zonder antibiotica en dierenwelzijn, zoals Breydel uit Gavere. In andere delen van de wereld zie je de vleesconsumptie dan weer fors toenemen, zoals in China. Vlees is daar een teken van vooruitgang. Net zoals bij ons in grootvaders tijd, met een rosbief als feestmaaltijd. Vegetarisme en veganisme zullen volgens mij altijd een niche blijven, maar ik meen wel dat het aantal flexitariërs zal toenemen. Ook in de melkverwerkende industrie zie je verschillende spelers die op dit moment groeien via niet-dierlijke melkproducten, zoals lactosevrije producten op basis van soja of rijstmelk, zowel voor de thuis- als Aziatische markt.”

Een relatief jonge speler die mee surft op die trend naar gezonde en evenwichtige voeding is Ingrizo uit De Pinte, een leverancier van grondstoffen, ingrediënten en additieven voor de levensmiddelen- en gezondheidsindustrie in de Benelux. Internationale gereputeerde producenten en kmo’s doen beroep op de ingrediëntenleverancier die 12 medewerkers telt en zo’n 300-tal klanten. Zaakvoerder Geert Feys: “We zijn steeds op zoek naar nieuwe ingrediënten om aan de vraag van de voedingsproducenten te beantwoorden. We willen daarbij via eigen onderzoek en in ons applicatielabo verder groeien via innovatieve oplossingen die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde, evenwichtige en duurzame voeding. Als gevolg van de mondialisering proberen grote concerns en multinationals via centrale aankoopkantoren met grotere volumes betere condities te bedingen, waardoor zowel omzet en marge onder druk komen te staan. Daarom zetten wij resoluut in op innovatie, technische kennis en advies als extra toegevoegde waarde voor ons productportfolio naar onze klanten. De ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en hun toepassingen moet ook leiden naar markten waar we op dit moment nog onvoldoende aanwezig zijn. Wij willen graag koploper worden in de markt van nieuwe, plantaardige alternatieve voedingswaren. En die kennis delen met klanten en partners.” Bij Ingrizo loopt momenteel een ontwikkelingsproject waarbij het dierlijke ingrediënten (vlees, melk, eieren) in voedingswaren wil vervangen door bestaande én nieuw te ontwikkelen plantaardige ingrediënten via ‘herformulatie’ van recepturen, met aandacht voor clean label, allergenen, suikerreductie, caloriereductie, vezelverrijking en voedingswaarde. Denk aan: plantaardige bacon, brownies of mayonaise (zonder eieren maar met bruine tuinbonen). Geert Feys: “Nestlé begrootte de Belgische markt van alle mogelijke vleesvervangers op 41 miljoen euro. Dat betekent 2,4 procent van de totale vleesmarkt. Toch springt de Zwitserse beursgenoteerde voedingsreus op de kar van de plantaardige hamburgers. Hun Incredible Burger, met als ingrediënten soja, tarwe, rode biet, wortelen en paprika, prijkt al op het menu van de Duitse restaurants van de hamburgerketen McDonald's. Ingrizo wil proactief die markt bewerken en nieuwe concepten voorstellen.”


VEGAN EN LEKKER

In de afgelopen jaren zijn er inderdaad grote stappen in de productontwikkeling gemaakt: vleesvervangers zijn gezonder en smakelijker geworden. Bovendien kunnen smaak en textuur van vlees steeds beter worden nagemaakt door technologische ontwikkelingen. Aan onze universiteiten wordt onderzoek gedaan naar alle type eiwitingrediënten.

Sommige ingrediënten worden al op grote schaal ingezet als eiwitingrediënt zoals peulvruchten (soja, erwten, veldbonen en lupine), bijproducten uit de zetmeelindustrie (zoals aardappel en tarwe) en in mindere mate zaden (hennep en quinoa). Daarnaast bieden nieuwe eiwitbronnen zoals insecten (meelwormen en sprinkhanen), waterplanten (zeewier en waterlinzen) en microbiële eiwitten (zoals algen) potentieel voor de toekomst. Al deze eiwitingrediënten worden ingezet om vleesvervangers te produceren. Je hebt de eerste generatie vleesvervangers (zoals tofu, tempeh en seitan), de tweede generatie vleesvervangers (samengestelde producten), derde generatie vleesvervangers (producten met een duidelijke vleesstructuur en -smaak), kweekvlees (clean meat, in-vitro vlees, cell-based meat) en hybride producten (combinatie van vlees met plantaardige grondstoffen).

Er liggen ook zeker kansen voor de Vlaamse landbouw. Die Vlaamse akkerbouw is echter intensief en saldo’s van nieuwe eiwitgewassen zijn vaak nog niet concurrerend ten opzichte van de huidige gewassen die worden geteeld. Afzetzekerheid is een voorwaarde voor het succes van nieuwe eiwitgewassen. Voor veel gewassen zijn regionale verwerkers aanwezig: soja in Vlaanderen, erwten in Wallonië, lupine in Nederland en Duitsland en veldbonen in Duitsland. Hier liggen mogelijkheden om samen met veredelaars, telers en verwerkers teeltprojecten op te starten zoals dat voor soja is gedaan. Wat betreft niet-grondgebonden productie (insecten, zeewier, waterlinzen, microbiële eiwitten) wordt er voorlopig nauwelijks op commerciële basis voor humane consumptie geproduceerd. Productie is nog duur en er zijn nog geen goed ontwikkelde afzetkanalen aanwezig voor humane voeding. Kort samengevat: de industrie in Vlaanderen rondom alternatieve eiwitten is zich aan het ontwikkelen, maar er is nog geen duidelijke waardeketen voor alle eiwitingrediënten. Er is ook nog te weinig investeringskapitaal bij kleine en middelgrote ondernemers.




BIO: STEEDS MEER PRIJZENDRUK Wie gezond en duurzaam denkt, zegt vaak bio. Jan Verbeke is zaakvoerder van Nature Favours uit Oudenaarde, een 100% organic importbedrijfje van biologische grondstoffen en halffabrikaten. “Onze missie is om kleinere ondernemingen toegang te verschaffen tot biologische ingrediënten. Start-ups die met bioproducten willen werken, hebben nauwelijks toegang tot biohalffabrikaten. De klassieke groothandels specialiseren zich daar niet in. Wij leveren halffabrikaten (sappen, purees, diepvriesfruit en fruitbereidingen) aan artisanale confituurproducenten, babyvoedingproducenten, bioboerderijen en drankenproducenten. Jan Verbeke ziet een enorme ontwikkeling in de drankenindustrie. “Onze sappen komen niet enkel terecht in groenten- en fruitsappen, maar ook in kombucha, bieren, limonades en hydrolades (sap op basis van water, lokaal fruit en groente en hydrolaten. Dat laatste is een ingrediënt dat wordt bekomen door bloemen en kruiden zoals munt te stomen, red.)

Babyvoeding is een van de grootste markten van Nature Favours. Het is ook de meest gecontroleerde. Verbeke: “De merkhouder heeft hier vaak de hele grondstoffenstroom in handen en wil absolute controle hebben waar het fruit vandaan komt. Bij babyvoeding wil men elk risico uitsluiten. We leveren babyvoedingsgrondstoffen aan grote spelers, maar evengoed aan start-ups. Zeker kleinere spelers komen bij ons aankloppen om aan een competitieve prijs grondstoffen te kopen die al babyvoedingsgeanalyseerd zijn. Soms zijn die analysevereisten bijna onhaalbaar, denk aan nitraatgevoelige producten zoals spinazie waarbij het nitraatgehalte vaak te hoog ligt.”

Deze importeur verkiest de korte keten indien mogelijk, maar sourct ook biologisch fruit, zoals mango of ananas, wereldwijd. Verbeke: “Eén regel is voor mij heilig: teel producten, zoals avocado, op plekken waar het ecosysteem het toelaat. Ik was twee weken geleden bij biotelers en -verwerkers in Peru. Ik zag daar jammer genoeg ook plantages midden in de woestijn, waarbij een tunnel vanaf de Andes gemaakt wordt om water te voorzien. Grote investeringsfondsen kopen er landbouwgronden op met waterrechten, omdat ze weten dat dit binnen tien jaar geld opbrengt. Hallucinant.”

Soms krijgt Nature Favours ook de vraag van lokale telers om oogstoverschotten te verwerken, maar meestal is dat niet rendabel. Binnen de biosector ondervindt Verbeke meer en meer prijzendruk. “De kleinere, lokale biowinkels komen onder druk te staan vanuit de retail, die de prijzen bepalen. Ook de kleine voedingsproducenten worstelen om hun plaats te vinden in de markt en moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper. En dan moet je er nog uitspringen met je verhaal. Als start-up moet je noodgedwongen snel het vizier richten op de retail, want je moet een bepaald volume bereiken om rendabel te produceren. Ik wil geen eten geven aan al de oprichters van voedingsstart-ups die zichzelf geen loon uitbetalen omdat ze niet rendabel zijn.”




OVER CLEAN LABEL EN DE SUIKERDUIVEL

Eén van de andere, hete aardappels in de voedingsindustrie is de vraag naar clean label, voedingsetiketten zonder E-nummers. Bewerkt voedsel bevat soms heel wat additieven met een E-nummer, vooral om de houdbaarheid van het voedingsmiddel te verlengen, zowel microbieel als organoleptisch (= stabilisatie van textuur). Geert Feys is formeel: “De consument wantrouwt ten onrechte deze additieven met E-nummer. Additieven met E-nummer, gebruikt in de juiste dosering, zijn transparant en hebben een bewezen niet-schadelijk effect op de gezondheid. Maar de perceptie en argwaan nemen hier de overhand en daarom wil de consument ingrediëntendeclaraties zien op voedingsproducten: zonder of minder E-nummers (clean label), en met begrijpbare leesbare ingrediënten die ze ook in hun keukenkastje staan hebben (‘cup board ingredients’). Daarom zet Ingrizo in op innovatie, ontwikkeling en gebruik van diverse alternatieve ingrediënten van natuurlijke, duurzame oorsprong, die succesvol additieven met E-nummers kunnen vervangen, of het aantal E-nummers kan reduceren.” Ook Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen heeft haar bedenkingen: “Als frisdrankproducenten naar clean label willen gaan, zullen ze bepaalde zoetstoffen moeten schrappen ten voordele van suiker, terwijl ook suikerreductie hoog op de agenda staat bij veel voedingsbedrijven, gestuurd vanuit de consument. Sommige trends in gezondheid spreken elkaar dus tegen.” Volgens haar begrijpt de buitenwereld vaak niet hoe moeilijk het is om 10% suiker uit een product te halen, want suiker geeft textuur aan een product of verlengt de bewaartijd. “Het vergt veel innovatie om een gelijkaardig product met 10% minder suiker én dezelfde smaak op de markt te brengen. Vervang je bij ketchup suiker door stevia als zoetstof, dan heb je rood water. Wat er niet goed uitziet en/of niet lekker is, zal niemand kopen. Dat blijft dé randvoorwaarde bij elke innovatie: het moet lekker zijn.”

De Engelsen hebben er een mooi woord voor: indulgence. Vrij vertaald: we willen intens genieten van voeding. Dat is ook de stellige overtuiging van Luc Aelterman, CEO van Confidas, de Drongense producent van pâtes de fruits, een op fruit gebaseerde snoep die we vooral kennen uit bomma’s tijd. Confidas geeft dit een product een nieuw, hipper imago en trekt ook deels de gezondheidskaart op zijn website, niet helemaal onterecht. Aelterman: “Een van de redenen waarom ik dit bedrijf drie jaar geleden overnam van de oprichter, is omdat ik de intrinsieke kwaliteiten van het product wou herwaarderen. Eigenlijk is het een heel oude manier om fruit te bewaren tijdens de winter. Ons product sluit aan bij een aantal huidige voedingstrends: er zit minimum 50% fruit in, we werken enkel met zes natuurlijke ingrediënten en zonder kunstmatige smaak- of kleurstoffen. Onze snoepjes zijn ook 100% vegan. Ze bevatten dus geen gelatine maar pectine. Ons label bevat ook geen E-nummers, maar dat spelen we niet uit als een troef omdat wij vinden dat dit een valse troef is.”

Confidas verkoopt zijn pâtes de fruits aan chocolatiers, aan groothandels die aan bakkerijen leveren, aan de retail en sinds kort ook aan sportvoedingsmerken via private label. “Ons product is een natuurlijke bron van snelle suikers. We voelen dat dit een groeimarkt is.” Aelterman weet als geen ander dat suiker nu in het oog van de voedingsstorm zit. “Ik spreek liever over gezonde en ongezonde voedingspatronen dan over gezonde of ongezonde producten. In ons product zit inderdaad veel suiker, al komt dat grotendeels van het fruit dat erin zit. Als je elke dag anderhalve kilo pâtes de fruits eet, heb je een probleem, maar ons product leent zich om te degusteren, in tegenstelling tot een gelatinegebaseerde snoep. Het smelt in de mond en je hebt veel sneller een verzadigd gevoel. We steken ook niet weg dat er veel suiker in ons product zit. In andere producten zit er ook veel suiker, maar weet je het niet. Los daarvan vind ik het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie.”



“Ik vind het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie”

Luc Aelterman, Confidas



GLUREN BIJ DE BUREN

Om slim en ‘gezond’ te innoveren is co-creatie via multidisciplinaire teams tussen R&D, productie, kwaliteit, logistiek en verkoop binnen de bedrijfsmuren een evidentie, maar volgens Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen moeten bedrijven, zeker kmo’s, nog veel meer over het eigen bedrijfsmuurtje kijken. “’Gluren bij de buren’ is de naam van een project van Flanders’ Food, ons innovatieplatform dat kmo’s wil stimuleren om ‘open’ te innoveren. Kmo-bedrijfsleiders zijn manusjes-van-alles die de productie leiden, de kwaliteit bewaken,… Wij willen hen extra ondersteunen via projecthulp, of door best practices aan te leveren uit het buitenland. Onze voedingskmo’s kunnen zeker nog meer samenwerken met kennisinstellingen of andere bedrijven. Een prachtig Oost-Vlaams voorbeeld van zo’n innovatieve joint venture is de samenwerking tussen ecologische viskwekerij Aqua4C en tomatenkwekerij Tomato Masters.”

Luc Aelterman (Confidas) doet naar eigen zeggen vooral aan innovatie met kleine i, maar hij doet het wel, samen met klanten, leveranciers, kennisinstellingen én andere kmo’s. “Zo proberen we nu functionele ingrediënten, zoals mineralen of palatinose (levert langer energie, sdk) toe te voegen, op vraag van een klant. Op marketingvlak hebben we al samengewerkt met de UGent. In de toekomst wil ik ook graag projecten opzetten met bio-ingenieurs of het ILVO. Met een andere voedingsproducent broeden we nu ook op het idee om samen een nieuw product op de markt te brengen.”

Elke voedingsspeler wil ook de vinger aan de pols houden bij de eindconsument, via bijvoorbeeld consumentenonderzoek. Al is dat verre van evident, volgens Verbeke (Nature Favours): “Een start-up ontwikkelt vaak een nieuw product vanuit die consument en toetst dat af bij zijn lokale gemeenschap. Denk aan een moeder die gezonde tussendoortjes ontwikkelt, vanuit de eigen zoektocht naar dat soort koekjes. Maar als groeiende kmo verlies je vaak die voeling met die eindconsument en marktonderzoeken zijn duur.”

Ook Aelterman (Confidas) weet dat consumentenonderzoek heel duur is, zeker voor een kmo. “Je kan gelukkig ook veel info krijgen door te luisteren bij klanten, familie, vrienden,..”


Kleine voedingsproducenten moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper”

Jan Verbeke, Nature Favours



CUSTOM MADE FOOD Tot slot, hoe ziet de voedingsfabriek van de toekomst eruit? Volgens Geert Feys (Ingrizo) is die zeer wendbaar en wordt die mede gestuurd door e-commerceorders, direct vanuit de eindconsument. Feys: “Supermarktketens hebben hoge vaste kosten en voeren vandaag een keiharde concurrentiestrijd, maar zouden die in de nabije toekomst weleens kunnen verliezen als de consument meteen online bestelt bij de producent of bij een beperkt aantal digitale platforms, zoals Amazon of Alibaba reeds succesvol doen. Ik ben er zeker van dat de stem van de digitale eindconsument sowieso belangrijker wordt. Complete maaltijdboxen worden steeds meer online besteld en thuis geleverd. De klant krijgt alle verse ingrediënten, hij moet enkel nog snel klaarmaken.”

Jan Verbeke van Nature Favours meent dat de voedingsfabriek er eerder klinisch zal uitzien, vol met procedures van wat mag en niet mag. “Misschien lopen de werknemers in een soort ruimtepak om elk risico op contaminatie te vermijden”, lacht hij. “De schrik voor een recall is zo groot vandaag, zeker als producent. Nieuws is zo snel beschikbaar via social media, soms worden er ook pertinente onwaarheden verteld, maar de schade is dan al geleden.”

Alle gesprekspartners voorspellen ook dat voedingsspelers steeds meer rekening zullen moeten houden met persoonlijke behoeftes en voorkeuren van groepen consumenten, zoals eiwitrijke voeding voor sporters en opgroeiende kinderen, speciale voeding voor ouderen met spier- en krachtverlies, zachte voeding voor parkinsonpatiënten met slikproblemen, suikergereduceerde voeding voor diabetici, enzovoort. Dankzij de digitalisering en efficiënte webshops zullen consumenten zich ook sneller en wereldwijd bevoorraden met specifieke voedingsmiddelen.

Nadia Lapage (Fevia): “Onze innovatiecluster Flanders' Food richtte samen met andere partners het open onderzoeks- en innovatiecentrum NuHCaS (Nutrition Health Care System)

op dat zich specifiek zal toeleggen op de relatie tussen gezondheid, voeding en zorg.. Ook bereide maaltijdproducenten zullen in dat innovatieverhaal een steeds grotere rol krijgen, met uitgebalanceerde maaltijden voor patiënten die zoutarm of lactosevrij moeten eten. Echt voeding op maat van de individuele consument lijkt me op fabrieksniveau onmogelijk, maar op niveau van de verpakkingen zijn er nu al veel mogelijkheden via digitalisering. En wie weet printen we binnen honderd jaar allemaal onze eigen maaltijden via onze 3D-printer, op basis van ingrediënten in poeder- of vloeibare vorm. Daar gebeurt nu al heel concreet onderzoek naar, zoals voor chocolade.”

23 keer bekekenSchrijf een reactie

Bijgewerkt: apr 7

Stedenconsulent Charles Landry noemt Gent een pocket sized metropolis, die de intimiteit van een kleine stad combineert met de openheid van een metropool. Het is ook een kweekvijver voor honderden, vaak digitale start-ups die groeien en soms bloeien tot scale-ups. Wat zit er in dat Gentse water? Een roadtrip, per e-step, langs plekken waar veel start-ups en ook enkele scale-ups samenhokken.


tekst Sam De Kegel – foto Wouter Van Vaerenbergh


Wie vanuit de lift het kantoor van de digitale product studio In The Pocket in hartje Dok Noord binnenwandelt, wordt instant goedgehumeurd. Veel glas en zonlicht, een schitterend uitzicht op de Gentse binnenstad, twee pingpongtafels ter verstrooiing en een vergaderruimte die lijkt op een minitheater. Hier wordt gewerkt aan de technologieën van de toekomst. Zoals augmented reality (AR), waarbij je een digitale laag ‘legt’ over de echte wereld. Eerder dit jaar ontwikkelde In The Pocket een AR-app voor het Belgische pyama-merk Woody, waarbij de diertjes op de pyjama’s in 3D tot leven komen.






“De sector van mobiliteit gaat de komende tien jaar meer veranderen dan de afgelopen honderd jaar.”


DE NETLOG MAFFIA


CEO is Jeroen Lemaire, filosoof van opleiding en een van de founding fathers van de Gentse tech start-upscene. Jeroen organiseerde beurzen over gaming & tech in o.a. Flanders Expo en maakte van nabij de rise en fall van Netlog mee eind jaren 90. Deze sociaalnetwerksite van Lorenz Bogaert en Toon Coppens had op zijn hoogtepunt meer dan 100 miljoen gebruikers en een kleine 80 werknemers, maar moest uiteindelijk de duimen leggen tegen Facebook. Bogaert en Coppens begonnen een reeks nieuwe bedrijven - de datingsite Twoo, het immoplatform Realo en de cryptoportefeuille Delta. Lemaire: “Ik begon samen met Pieterjan Bouten en Louis Jonckheere de digital product studio In The Pocket. Die laatste twee kwamen uit het Netlog-huis. Binnen In The Pocket ontstond Showpad, een digitaal platform voor verkopers en marketeers, dat in 2013 afgesplitst werd en nu heel succesvol door Pieterjan en Louis geleid wordt. (lacht) Men spreekt weleens over de Netlog Maffia, naar de Amerikaanse PayPal Mafia. Heel wat mensen die ooit voor die betaaldienst aan de slag waren, startten later bedrijven op als de elektrische autobouwer Tesla of het sociale netwerk LinkedIn.”



Netlog zond dus, zonder het te willen, rond 2010 zijn zonen en dochters uit en creëerde en diaspora van Gents digitaal ondernemershap, maar het Netlog-effect is maar één van de redenen waarom Gent het schopte tot dé start-up city van Vlaanderen met het grootste aantal digitale starters per hoofd van de bevolking. Lemaire: “Gent bundelt sterke troeven, zoals een topuniversiteit en goede hogescholen, een bereikbaarheid die, voorlopig, nog beter meevalt dan die van Antwerpen en Brussel en een hoge leefbaarheid, waardoor jonge professionelen gemakkelijk blijven ‘plakken’ na hun studies. Met andere woorden, we profiteren van de braindrain van West-Vlaanderen”, zegt hij fijntjes.


“Start-up's zijn er genoeg in de Arteveldestad, maar slechts zelden groeien ze uit tot echt grote jongens.”

DEEL EENS EEN ELEKTRISCHE WAGEN


Van In the Pocket laveren we met onze e-step, naar BattMobiel, in het hart van de volkswijk Muide. #Once You Go Electric, You Never Want Back, zeggen Chris de Guytenaer, Peter Vandenberghe, Sarah Facq, Jan Ghys en Christophe Peeters in koor. Samen vormen ze sinds anderhalf jaar BattMobiel, een start-up die elektrische deelwagens aanbiedt in Gent. Het verhaal startte bij Chris de Guytenaer, die met zijn gezin van Oostakker naar het centrum van Gent verhuisde en al gauw beide wagens van de hand deed om met autodelen te starten. Omdat hij bij de klassieke autodeelorganisaties een aantal zaken mistte, begon hij zelf een bedrijfje. “Ik wou voor elke vervoersbehoefte en elk moment het best mogelijke elektrische voertuig gebruiken, van een bakfiets over een speed bike tot een Tesla.” Ondertussen is BattMobiel al wat gerodeerd, met 300 gebruikers en 50 voertuigen in de fleet. Deze start-up ziet het groot: eerst Gent veroveren, nadien de andere Belgische centrumsteden en dan, hopelijk, het buitenland. Het mikt zowel op particulieren, bedrijven als overheden. Peter Vandenberghe: “We willen een nieuwe hype creëren. Heel de sector van mobiliteit gaat de komende tien jaar meer veranderen dan de afgelopen honderd jaar.” BattMobiel spreekt graag over shared ownership. Sarah Facq: “We willen van onze deelwagen echt ‘hun’ wagen maken als ze er mee rijden. Voor elke wagen hebben we zo’n vijf klanten die mekaar kennen. Convenience, kostprijs en comfort primeren. Wist je dat privéwagens 90% van de tijd stilstaan?” Momenteel lanceert de start-up in Gent een groepsaankoop van 100 elektrische wagens om elektrische en gedeelde mobiliteit sterker te maken en het gaat zelfs samenwerken met zeven lokale concessiehouders. “Het loopt storm. Onze missie is zoveel mogelijk wagenreductie én maximalisatie van autogebruik.”

BattMobiel gedijt goed in ondernemend Gent, maar er zijn ook minpunten, zoals het gebrek aan… laadpalen. Christophe Peeters: “Nederland heeft 33.000 laadpalen, Vlaanderen heeft de ambitie om er tegen eind 2020 3.000 operationeel te hebben. Belachelijk weinig.” Ook het Gentse stadsbestuur trappelt wat ter plaatse. Sarah: “De start-ups floreren in Gent, mede dankzij de vele incubators en initiatieven als de Startersfabriek (in augustus 2019 werd echter na twee jaar de stekker getrokken uit dit initiatief van de Stad Gent, sdk), maar eenmaal je groeit en op zoek gaat naar een grotere locatie, extra kapitaal of in ons geval, extra laadpalen, heb je geen centraal aanspreekpunt meer in deze stad.”



WATT FACTORY, EEN SLIMME HUB


We bezoeken nog één hub voor starters, de Watt Factory, ooit een textielfabriek, nu een bedrijvencentrum met zowel privékantoren als co-workingplekken. De sfeer is die van een huiskamer: gezellig, veel kamerplanten en heel veel plekken om samen of alleen te werken, te vergaderen of presentaties te geven. Dit initiatief van projectontwikkelaar Revive, samen met nog vier andere investeerders, ging in 2017 van start als een ‘incubator-accelerator’ die beloftevolle start-ups in een groeiversnelling wil brengen. WATT Factory focust bijna uitsluitend op start-ups die actief zijn binnen de domeinen smart buildings, smart mobility en smart energy. “We streven ernaar een ecosysteem uit te bouwen met een verticale focus op deze drie domeinen. Zo willen we ook het verschil maken met andere acceleratoren”, zeggen Silke Van Gheluwe, Nele Meulemans en Christine Hutsebaut in koor. Deze drie jongedames runnen deze hub met veel goesting. “Er heerst hier een informele, niet te cleane sfeer. Onze start-ups moeten zich hier ook echt thuis voelen.” De selectievoorwaarden zijn wel streng. Silke: “Elk jaar organiseren we een call en selectie voor een acceleratorprogramma. Start-ups die al een proof of concept hebben en/of net op de markt actief zijn, bieden zich aan om deel te nemen, wij selecteren daaruit 18 start-ups die mogen pitchen voor een professionele jury. Ten slotte selecteren we daaruit een tiental start-ups uit die een zes maanden durend acceleratieprogramma volgen. De start-ups krijgen slim advies van Vlerick-professoren via workshops en van mentoren die de start-ups individueel en collectief begeleiden.” Eén van die beloftevolle start-ups binnen het huidig acceleratorprogramma is Sennen Tech, een Brits bedrijfje dat een technologieplatform ontwikkelde voor de veilige en efficiënte exploitatie en het vermogensbeheer van duurzame energieprojecten. Zo ondersteunt het momenteel de controlekamer van London Array, het op één na grootste offshore windpark ter wereld. Hun software wordt ingezet op meer dan 50 wind- en zonnesites. CEO Paul startte zijn bedrijfje in Engeland, trouwde met een Belgische en belandde via enkele omwegen in de Watt Factory. “België heeft grote offshore windparken in de Noordzee en wij hebben de technologie”, lacht hij. Voorlopig zit enkel Paul hier – vijf collega’s werken in het VK – maar binnenkort wil hij ook hier talent, zoals sales ingenieurs, aanwerven. “De talentenvijver is hier groot, met dank aan o.a Universiteit Gent. Door de Brexit is het ook goed dat we in de EU a foothold hebben. En ik hou enorm van de vibe in deze stad en hub. Toen ik hier voor het eerst kwam, wist ik meteen: hier wil ik verder groeien.”

Wie te groot wordt, verlaat de Watt Factory om elders verder te groeien. Silke: “Er is hier vaak een interne shuffle. Binnenkort zal Too Good To Go (het bedrijf achter de app die voedselverspilling tegengaat, sdk) hier vertrekken omdat ze uit hun voegen barsten.”


WINTERCIRCUS: THE NEXT PLACE TO BE?


We sluiten onze trip af aan de Krook, waar in 2022 het gerenoveerde Wintercircus rond een centraal en overdekt binnenplein kantoorruimte moet bieden aan start- en scale-ups. Dit gebouw, ooit een bekende garage (Mahy) en daarvoor een wintercircus, was lange tijd verwaarloosd tot het stadsontwikkelingsbedrijf Gent (sogent) het in 2005 in opdracht van de Stad Gent kocht met het oog op renovatie. Terwijl de werken gestaag vorderen, wordt er tussen de verschillende belanghebbenden gediscussieerd over wie er onderdak krijgt. Zo wil Voka Oost-Vlaanderen, de werkgeversorganisatie die zelf ook start-ups ondersteunt via zijn lerend netwerk Bryo, er vooral scale-ups zien met internationale uitstraling. Want start-ups zijn er genoeg in de Arteveldestad, maar slechts zelden groeien ze uit tot echt grote jongens.

Jeroen Lemaire (In The Pocket) besluit: “Als Stad Gent de technologische hoofdstad van Europa wil worden, zoals het in het bestuursakkoord staat, moet er nog veel gebeuren. De Gentse technologische sector zal ettelijke keren moeten vermenigvuldigen in omvang. Zonder enkele ‘unicorns’ (de term voor een startup die gewaardeerd wordt op minimaal 1 miljard dollar, sdk) komen we niet in de buurt van de huidige kampioenen zoals Berlijn, Stockholm, Parijs, London en Amsterdam. Ter vergelijking: in Berlijn wordt om de 20 minuten een start-up opgericht, Londense start-ups trokken meer dan 2 miljard euro aan risicokapitaal aan in 2018. Daar is Gent nog niet. We zullen ook een globale aantrekkingskracht moeten ontwikkelen voor digitaal talent. Internationale venture capitalists (VC's) zullen de weg naar het Gentse ecosysteem moeten vinden. Het stadsbestuur kan dit stimuleren door events te ondersteunen met internationale uitstraling en door een samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en technologische bedrijven te faciliteren. Ten slotte kan ze zichzelf ook een voorbeeldfunctie aanmeten als digitale stad door zelf nog meer te digitaliseren.”

13 keer bekekenSchrijf een reactie

Overdag langlaufen bij -30°C, 's avonds in de sauna bij 80°C