Zoeken

Bijgewerkt: 16 dec 2020

De setting: het feeërieke Burreken, een natuurparel in de Vlaamse Ardennen. Het plan: een wandelgesprek met de premier, want al flanerend kom je tot voortschrijdend inzicht, zeker in COVID-tijd. Eerste minister, Alexander De Croo (45), laat zijn licht schijnen over de nabije toekomst van deze anderhalvemetereconomie, over vrouwen aan de top, over de ondernemer in de politicus en zoveel meer.


Foto's: Wim Kempenaers

Via een stevige bries komt Alexander De Croo aangewaaid met zijn e-bike van het Belgische merk Cowboy. De komende twee uur zullen we wandelen door Het Burreken, een erkend natuurreservaat op het grondgebied van de gemeenten Brakel, Maarkedal en Horebeke.

De Croo speelt een thuismatch. “Dit is een van de weinige stiltegebieden in Oost-Vlaanderen”, zegt de gelaarsde premier enthousiast.

Stilte is de nieuwe luxe. Er schuilt ook een natuurgids in de premier. “Dit is een van de plekken waar kamsalamanders nog goed gedijen. Te veel nitriet is de vijand van dit beestje.”

Hij houdt van het reliëf van deze natuurparel, de holle wegen, de heuvels en de dalen. En hij prijst de samenwerking met lokale landbouwers, die hun weides toegankelijk gemaakt hebben. “Landbouwers zijn echte ondernemers met veel kennis van technologie. Ondanks de vaak negatieve perceptie hebben ze veel respect voor de natuur, want ze leven ervan en kijken op lange termijn. Zijn businessmodel en zijn pensioenzekerheid is wat hij heeft: zijn land. Het behoud van zijn handelsfonds is cruciaal, daarom zal hij ook zelden zijn eigendom verkopen. Landbouwers hebben het lastig, maar als je landbouwactiviteit stopzet, verschraalt ook het landschap.”

“Ik probeer me te omringen met mensen die slimmer en scherper zijn dan ik in bepaalde domeinen”

Via een draaipoortje belanden we in een weide, met beide voeten in de modder, omsingeld door drie paarden. Wat doet een premier wanneer hij voor één keer niet aan het werk is? Hoe brengt hij zijn geest tot rust? “Door te mountainbiken en te paardrijden. Fietsen maakt je fysiek moe, paardrijden is ontspannend omdat je niets kan ‘overdenken’ en heel geconcentreerd in het nu bezig bent. Je bouwt ook een vertrouwensrelatie op met je paard, omdat je het continu coacht.” Regelmatig kruisen we wandelaars. “Zalig toch, dat mensen nu opnieuw de schoonheid van hun eigen streek ontdekken? Ik vind het zelf ook leuk om een mini-avontuur te creëren met mijn kinderen en onderweg een picknick mee te nemen.”

OVER ZIJN ROOTS & ZIJN PARCOURS Vooraleer we naar België en Michelbeke trekken, maak ik eerst een korte omweg naar de VS. Je was er als de kippen bij om naast Joe Biden ook vicepresident Kamala Harris te feliciteren via een tweet. Ik herinner me nog je female power rock-‘n rolltoespraak in een vol stadion in Johannesburg. En je publiceerde De eeuw van de vrouw. Vanwaar die uitgesproken bewondering voor sterke vrouwen, wat in essentie niet meer dan normaal is?

Alexander De Croo: “Het is inderdaad bizar dat we ons in 2020 die vraag nog moeten stellen. De gevoeligheid voor feminisme komt van mijn moeder. Ze was een typische, geëngageerde familieadvocate. Tussen 17 en 19 uur ontving ze haar cliënten. Ik hing daar altijd rond en hoorde van kindsbeen af de verhalen van vrouwen die blootgesteld werden aan familiaal geweld. Mijn moeder zei: ‘Dan moet je weggaan.’ Maar vaak hadden ze geen inkomen noch eigen bankrekening. ‘Zoek een job en open een rekening op je naam en kom dan terug bij mij’, gaf ze als advies. Zelf ben ik altijd omringd door heel sterke vrouwen met veel ambitie. Op de VUB begon ik een bedrijfje als student, met nog één man en twee vrouwen. Die feministische strijd van mijn moeder, ik dacht dat die voorbij was eind jaren 90. Toen ik na mijn studie begon te werken voor The Boston Consulting Groep, zag ik evenveel mannen als vrouwen instromen. Maar tien jaar later vroeg ik me af: ‘Waar zijn al die vrouwen naartoe?’ Vrouwen geven nog te vaak hun carrière op als er een gezin wordt gesticht. Nadien is mijn functie als minister van Ontwikkelingssamenwerking een katalysator geworden voor mijn feminisme. Je kan het feminisme vanuit een klassieke, mensenrechtengeoriënteerde manier bekijken. Heel relevant, maar bij een bepaald type mannen krijg je snel weerstand omdat ze zich bedreigd voelen. Ik bekijk feminisme meer vanuit een economische invalshoek. De rijkdom van een land wordt meer en meer bepaald door wat je uit je talent haalt, en zeker in België. Grof gesteld investeren we ongelooflijk veel in onderwijs om de hoogst opgeleide huisvrouwen ter wereld te hebben. Er studeren meer vrouwen dan mannen af aan onze universiteiten, maar dat vertaalt zich nog steeds niet in meer vrouwen in topfuncties.”





“In deze complexe wereld zal de tafel met een heel divers team betere beslissingen nemen dan diegene die enkel bestaat uit mannen met grijs haar en een donkerblauw kostuum”


Dat man-vrouwevenwicht is bewust wel aanwezig in deze federale regering?

“We hebben nu een regering die paritair samengesteld is. Ik ben daar fier op, maar vooral: de juiste mensen zitten in de regering. De ploeg is een mooie doorsnede van de maatschappij: jong versus veel ervaring, mensen met een migratieachtergrond, mensen uit de privésector (zoals advocate Annelies Verlinden, nu minister van Binnenlandse Zaken, red.) en een goed evenwicht tussen man en vrouw. Welke beslissingstafel je ook hebt - die van een bedrijf, oudercomité of lokale voetbalclub - in deze wereld die zo snel evolueert en complex is, zal de tafel met een heel divers team betere beslissingen nemen dan diegene die enkel bestaat uit mannen met grijs haar en een donkerblauw kostuum; daar twijfel ik geen seconde aan.”




Laten we dan maar hopen dat Joe Biden zich goed laat omringen?

“Absoluut. Dat brengt me bij een ander stokpaardje rond leiderschap. Een sterke leider laat zich meer dan ooit goed omringen. Ik heb altijd gevonden dat politiek daar heel veel achterloopt ten opzichte van de private sector. Ook ministers hebben vaak de neiging om zich te omringen met ‘getrouwen’, mensen die zeer weinig in vraag stellen en vooral bevestigen wat de minister zegt. Ik ben een sucker for talent, en probeer me te omringen met mensen die slimmer en scherper zijn dan ik in bepaalde domeinen. Als ik hen vertrouw, bied ik ze ook verregaande flexibiliteit.”




Dat doen slimme ondernemers in wezen ook…

“Dat zijn ook de ondernemers waar ik het meeste bewondering voor koester, Succesvolle leiders zijn vandaag mensen die het beste uit hun team halen. Kijk naar de Nobelprijzen en grote wetenschappelijke doorbraken, zelden is dat nog de verdienste van één persoon. De manier van werken in deze nieuwe regering is voor mij diametraal anders dan wat ik daarvoor gezien had. (fijntjes) Met veel nieuwe gezichten, mensen zonder ‘openstaande facturen’, wat een enorm voordeel is. En met de redenering: we gaan dit hier als ploeg aanpakken. In deze ongeziene gezondheidscrisis kan je eenvoudigweg niet anders. Was dit een ploeg geweest die meteen in oorlogsmodus ging, dan legde deze crisis dat ogenblikkelijk genadeloos bloot.”


“Eén van de kernwaarden die ik meekreeg van mijn moeder is nieuwsgierigheid, altijd nieuwe dingen willen bijleren”


De klemtoon ligt nu eerder op verbinden dan polariseren, zegt u?

“De tegenstelling opzoeken is interessant voor de verkiezingen, daarna moet je samenwerken.”



Die polarisering is ook in onze maatschappij sterk aanwezig, meer dan tijdens de eerste lockdown. Tussen thuiswerkers en zij die wel naar kantoor moeten, tussen leraren en privéwerknemers, tussen jongeren en ouderen,.. Hoe kan je die counteren als politicus?

“We moeten elkaar als burgers respecteren en wij, politici, moeten het goede voorbeeld geven. Natuurlijk heb je verschillende meningen, en zeker met zeven partijen, maar in plaats van die op de spits te drijven, ga je op zoek naar de gemeenschappelijkheid, waarbij je geen enkele mening als superieur naar voor schuift. We moeten ons baseren op feiten.”


OVER DE RELANCE VAN ONZE ECONOMIE

Over naar de economie dan, en corona. In crisistijd besef je meer dan ooit welke beroepen essentieel, lees: levensnoodzakelijk zijn. Artsen, verpleegkundigen, zorgkundigen: ze zitten op hun tandvlees. Een derde golf kunnen we ons niet meer permitteren?

“De eerste golf hebben we doorstaan, maar veel niet-hoogdringende zorg werd uitgesteld. Na de eerste golf kwam de recup van niet-hoogdringende zorg, gevolgd door een tweede golf die nog ingrijpender is. Ik vond het heel belangrijk dat ook Voka onlangs zei: ‘Laten we liever iets langer diep gaan om de cijfers drastisch naar beneden te krijgen, want een derde golf en dito lockdown kunnen we ons niet veroorloven.’ Als onze ziekenhuizen crashen, kunnen onze bedrijven het ook niet aan. De facto val je dan stil omdat er te veel mensen ziek zijn of in quarantaine zitten. De cijfers moeten dus eerst drastisch naar beneden. We moeten ons erbij neerleggen dat we eindejaar niet op de normale manier kunnen vieren. Daarna spreek ik niet meer over een exit-strategie, maar over een risicobeheerstrategie. Om het virus te beheersen, moet eerst het aantal besmettingen drastisch naar beneden. Zolang het virus te wijdverspreid is, kraakt ons hele systeem. Eenmaal onder een lage drempel, moet je inzetten op een efficiëntere contacttracing en sneltesten om asymptomatische mensen snel te isoleren. Dat moeten we combineren met een vaccinstrategie, waarbij we het eerst het zorgpersoneel en de meest kwetsbaren beschermen. Dat zal de druk op de ziekenhuizen verminderen.”


In het derde kwartaal veerde de economie even op, in het vierde dreigt opnieuw een zware krimp met -4,5%. Hoe zorgen we ervoor dat in 2021 consumenten opnieuw gaan consumeren en bedrijven gaan investeren? “Consumentenvertrouwen is onlosmakelijk verbonden met gezondheid. Als mensen het gevoel hebben dat ze gezond kunnen leven en werken, zullen we weer meer consumeren. Bij heel wat gezinnen is hun inkomen niet verdampt; velen hebben zelfs kunnen sparen de voorbije maanden. Wat de bedrijven betreft, hebben we via een rist kortetermijnmaatregelen (tijdelijke werkloosheid, hinderpremies, betalingsuitstel van kredieten,…) ervoor gezorgd dat onze bedrijven konden overleven. Op fiscaal vlak namen we twee maatregelen. De carry back-regeling voor coronaverliezen maakt het mogelijk om uw verwachte verliezen van dit jaar terug te brengen naar de belastbare winsten van 2019. Gevolg: de belastingfactuur over de winst van 2019, die u in 2020 gepresenteerd krijgt, wordt getemperd. Daarnaast zullen vennootschappen de komende drie jaar een zogenaamde vrijgestelde wederopbouwreserve’ kunnen aanleggen. Ze zullen de toekomstige bedrijfswinsten op die manier mogen vrijstellen, waardoor zij tijdelijk opnieuw minder belasting moeten betalen en het vermogen kunnen heropbouwen. Zo willen we absoluut de gezonde bedrijven helpen overleven. Dit gezegd zijnde, het nieuwe Europees herstelfonds (België maakt aanspraak op ruim 5 miljard aan subsidies, red.) is nog veel belangrijker dan het Belgische plan. Nu moet Europa tonen wat het waard is.”

Onze totale staatsschuld bedraagt straks meer dan 120% van het bbp. Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, pleitte al voor terughoudendheid bij de relance. ‘We kunnen niet met miljarden strooien zoals Duitsland’, zegt hij…

“De maatregelen die we nemen, zijn niet gratis, maar enkel zo kunnen we ons economisch weefsel behouden en als dat in leven blijft, zal het daarna ook de factuur betalen. Onze sociale zekerheid wordt betaald door economische activiteit. Het zijn dure maatregelen, correct, maar als je de economische activiteit laat doodgaan, heb je sowieso geen terugbetalingscapaciteit meer. De doelstelling is duidelijk: bedrijven die gezond waren voor corona helpen we deze moeilijke periode overbruggen. Ik volg Wunsch wel dat we geen ‘vraagbeleid’ kunnen hanteren.”

Is de tijd ook niet rijp voor duurzame overheidsinvesteringen: in mobiliteit, vergroening en digitalisering. Investeringen die op langere termijn ons groeipotentieel opkrikken en zichzelf terugverdienen? “Heel zeker. We bevestigen de uitstapkalender voor kernenergie. In november 2021 komt de finale beslissing. Sowieso zal er de volgende jaren ook een transitie komen naar een waterstofeconomie, waarbij ons land een knooppunt wordt van pijpleidingen met biogas, waterstofgas en CO2. De chemiecluster in Antwerpen is daarin sterk geïnteresseerd, ook in North Sea Port zie je veelbelovende pilootprojecten waarbij havenbedrijven via consortiums samen CO2 gaan transformeren tot nieuwe grondstof voor de chemiesector. Een groot deel van de projecten die we gaan indienen voor EU-subsidies zit in die energietransitie. De overheid moet inzetten op basisinvesteringen waarop privébedrijven verder kunnen bouwen. Europa houdt ook investeringsvoorstellen kritisch tegen het licht. Een second opinion is altijd belangrijk.

Tijdens deze COVID-periode riepen sommigen: ‘Dit is het einde van de vrije markt en het kapitalisme. Is dat zo? De vaccins die nu in de pijplijn zitten, zijn ontstaan door een doorgedreven samenwerking tussen de sterktes van de publieke sector en die van de private markt. Een deel van het fundamenteel onderzoek gebeurde binnen de universiteiten, de innovatie- en commercialisatiekracht ervan kwam uit de private sector. Ook de biotechcluster in en rond Gent, een van de beste voorbeelden van een geslaagd industrieel beleid, is geboren vanuit fundamenteel onderzoek tot een sector met tientallen internationale bedrijven. We moeten onszelf nog veel meer durven verkopen, zoals de Nederlanders doen.”


Een andere sterkhouder is de digitale economie. U heeft daar voeling mee vanuit een vorige ministerpost. Hoe kan de overheid die nog versterken?

“De tax shelter voor startende ondernemingen (zo wil de federale overheid particulieren aanmoedigen om risicokapitaal te verschaffen aan Belgische start-ups in ruil voor ruime belastingvermindering, red.) was heel succesvol. Een overheid moet ervoor zorgen dat onze bedrijven willen digitaliseren, eerder dan rechtstreeks kapitaalverstrekker te zijn.”

Vreest u nog een tsunami aan falingen in 2021, of niet?

“Laten we wel wezen, sectoren die vasthangen aan nabijheid, beleving en bij elkaar zijn, gaan nog een tijd fysiek onder druk staan. We gaan hen heel goed moeten ondersteunen. Overheden moeten ook klaar staan om mensen uit die sectoren tijdelijk of permanent naar andere jobs te leiden.”


OVER CORONA EN DE ARBEIDSMARKT

Dat brengt ons naadloos naar de arbeidsmarkt. Hoewel corona nu een stevige rem zet op de war for talent, is onze werkgelegenheidsgraad te laag en telt ons land zelfs bijna 1 miljoen inactieven. Gelooft u dat iederéén op de een of andere manier aan de slag kan? “Zeker. In ons land zijn drie groepen onvoldoende aan de slag. Eén: laaggeschoolden. Twee: vrouwen. Drie: mensen met een migratieachtergrond. Buiten die drie groepen ligt de werkgelegenheidsgraad wel zeer hoog, net als de productiviteit en de werkdruk.”


We moeten dus alles op alles inzetten om die categorieën meer aan de slag krijgen. De hamvraag: hoe?

“Eén: Door werknemers nog beter op te leiden en te begeleiden naar nieuwe jobs met toekomst, zeker nu. Omdat ons talent ons enige grondstof is, maar evenzeer omdat COVID verschillende trends alleen maar versnelt. De invloed van technologie op werk heeft zich ongelooflijk versneld. De shift naar e-commerce schakelde twee versnellingen hoger. Het doet me pijn aan het hart dat al zoveel e-commerce jobs naar het buitenland vertrokken zijn. Twee: door meer openheid voor deeltijdse en tijdelijke jobs. We moeten taboes durven doorbreken rond arbeidsflexibiliteit, zonder in wantoestanden te verglijden. Dus flexibilisering ja, maar tegelijk: hoe maak je jobs aantrekkelijk, zinvol en plezant? Een tijdelijke job biedt misschien onvoldoende langetermijnperspectief maar het is een eerste ingang tot de arbeidsmarkt, daarna zet je een volgende stap. Wat jongeren met een migratieachtergrond betreft, waarom is hun activiteitsgraad zo laag? Ze zijn hier geboren, hebben hier onderwijs gevolgd, zitten in onze sportclubs, maar een job vinden, lukt zo moeilijk. Als er discriminatie is, moeten we dat keihard aanpakken, zonder er een heksenjacht van te maken. Want de meerderheid van de bedrijven doet ongelooflijk veel inspanningen om mensen met een migratieachtergrond te integreren. Wat opleidingen betreft, ik vind wel dat we vanuit de overheid een manier moeten vinden om werkgevers te beschermen voor de investeringen die ze doen in werknemers, door een soort gemutualiseerd garantiesysteem. Als je zwaar investeert in een werknemer en die vertrekt na een jaar, ben je de dupe.”



OVER ZIJN TOEKOMST

Waar sta je zelf binnen tien jaar? Ben je nog steeds politicus of opnieuw ondernemer?

“Mijn loopbaan was nooit een strak stappenplan. Eerst was ik bedrijfsadviseur bij The Boston Consulting Group. Ik heb daar dossiers snel leren doorgronden en analyseren. Ik heb daar ook mijn vrouw leren kennen (lacht). Maar ik ben een soort Bob De Bouwer, maak graag dingen, dat miste ik. In 2006 was ik medeoprichter van Darts-ip, een start-up in advies op vlak van eigendomsrecht, maar daar miste ik het vechten voor het algemeen belang, wat ik wel vond in de politiek. Als minister sta ik met beide voeten in het beleid, dat ligt me beter dan de rol als partijvoorzitter. Nu, ik vind niet dat politiek en ondernemerschap zo verschillend zijn. Een ondernemer ziet iets en zegt: ‘Ik kan dat beter, sneller, goedkoper of creatiever.’ Een politicus ziet ook iets en denkt dat het beter kan. Ja, de politieke besluitvorming kan sneller. Ik vind ook dat er meer ondernemerschap in de politiek moet komen. Op ondernemersevents zeg ik dat ondernemers hun stem meer moeten laten horen.”


Marnic de Meulemeester, partij- en streekgenoot zei ooit: ‘Herman blinkt uit in praten, Alexander in luisteren.’ Is dat een van je grote troeven?

“Dat is een heel mooi compliment. Eén van de kernwaarden die ik meekreeg van mijn moeder is nieuwsgierigheid, altijd nieuwe dingen willen bijleren. Ik vind het zalig om te grasduinen op het internet. Nieuwsgierigheid moet je blijven trainen en prikkelen en dat je doe je o.a. door goed te luisteren naar de ander. Daarnaast wil ik ook toegankelijk blijven voor de burgers, ook al belemmert de veiligheidssituatie dat soms. Maar met iemand een klapken doen, dat vind ik nog altijd een van de meest ontspannende zaken. Ik heb twee jaar in de VS gestudeerd. Amerikanen beginnen heel snel een gesprek, soms oppervlakkig, maar als je dat wil, gaan ze ook dieper.”


De cirkel is rond, na 10 kilometer wandelen. Zoals altijd is de reis belangrijker dan de bestemming. We zijn op een boogscheut van Michelbeke, de roots van de premier. Ik vraag hem nog of hij in een gouden wieg geboren is. “Netto genomen heb ik meer kansen gekregen dan de gemiddelde burger in dit land. Dat is ook de kernreden waarom ik aan politiek doe, omdat ik vind dat we nog steeds onvoldoende uit elk talent puren.”

Bijgewerkt: 27 jun 2020

Newton bedacht de wet van de zwaartekracht toen hij in het gras lag en er een appel pardoes op zijn hoofd viel. Ren niet, maar wees zen, en dan staan er bijzondere ontdekkingen te gebeuren.

Net voor ik, als virusleek, voor het eerst van corona hoorde, trad mijn brein dagelijks uit zijn oevers, volgestouwd als het was met korte- en langetermijnplannen, hijgende dead- lines, onvervulde verlangens en dwingende to-do-lijstjes. Kort na de uitbraak van de coronacrisis, medio maart, werd mijn hoofd vederlicht. Net als Newton kwam ik, voor het eerst sinds lang, in rustmodus. Het schrappen van alle feestjes, meetings, hobby’s van de kinderen, enzovoort, had een louterend effect. De maand maart in m’n online agenda transformeerde in een sneeuwtapijt, maagdelijk blank. Even niet meer ‘te moeten maar te mogen’ gaf een bevrijdend gevoel. De lockdown werkte niet enkel als een pauzeknop, maar ook als een control-alt-delete knop. Resetten, stilstaan bij wat je allemaal hebt en daar dankbaar voor zijn. In het diepe besef dat vele anderen – zorg- en verpleegkundigen, artsen, kassabedienden, vuilnismannen,… - meer dan een extra tand moesten bijsteken en/of ’s nachts de slaap lieten omdat ze inkomensverlies leden door corona.


“Ik pleit voor meer lokaal produceren en consumeren. Als dat impliceert dat we een stukje moeten inboeten aan collectieve welvaart, dan is dat maar zo”


Het eigen huis werd een cocon waarin we onszelf terugplooiden, een veilige oase. Overdag interviewde ik mensen van thuis uit, via video. Best aangenaam om me niet meer door de files te hoeven worstelen. Ik had het gevoel productiever, efficiënter en meer geconcentreerd te kunnen werken dan op kantoor. Ook hier weer, in het diepe besef dat anderen het zoveel moeilijker hadden, opgesloten in een klein appartement, zonder tuin, zonder laptop, zonder ademruimte.

VERBINDING IN AFZONDERING Als gezin gingen we op zoek naar een nieuw evenwicht, met vallen en opstaan. Met en zonder rigoureuze schema’s en in de wetenschap dat het best uitzonderlijk was om samen zoveel tijd door te brengen. De veerkracht van de kinderen was opmerkelijk: ze hielpen – soms met gezonde tegenzin – mee in het huishouden, maakten zelfstandig huiswerk, deden gezelschapspelletjes. ‘s Avonds vond een nieuw gezinsritueel plaats: samen wandelen in de velden rondom ons. Of beter: flaneren: vrij, ongehaast, zonder vooraf bepaalde route. Op zoek naar paradijselijke plekjes om de hoek. Het is een goede manier om je gedachten te ordenen, maar evengoed om te broeden op nieuwe Grote Plannen. Wie zielenrust wil, moet gaan wandelen, schreef Seneca al. We waren niet alleen; overal zag je troepjes familie, op verkenning in de natuur. De beperking van de keuzevrijheid – wat moesten we anders doen? - zorgde voor, jawel, vrijheid. Om vrij te kunnen zijn, heb je grenzen nodig. Wat me ook meteen opviel: mensen zeiden sneller een goeiendag tegen elkaar of begonnen een praatje. Verbinding in afzondering. Ondertussen inhaleerden we schonere lucht. Tijdens de coronaluwte op de weg hing er beduidend minder stikstofdioxide en roet in de lucht.



“Onzekerheden houden ons scherp. Wie zich nu niet een beetje heruitvindt, zal dat waarschijnlijk nooit meer doen”


SCHAARSTE CREËERT TRAAGHEID

Ik (her)ontdekte ook de liefde voor de moestuin. De kalende kop van wijlen mijn grootvader Tsjef doemde op, waarop aders zich als kronkelende rivieren vertakken, terwijl hij onkruid wiedde tussen zijn prinsessenbonen en radijzen. Steeds in kniezit op een kussentje om de eroderende gewrichten wat te sparen. ‘Je moet elke dag een beetje schoffelen in je moestuin, dan overwoekert de boel niet’, hoorde ik hem zeggen. Sinds corona schoffel ik dus terwijl ik de groei van m’n gewassen inspecteer. Elke aardbei die wordt geoogst, wordt met liefde en met de nodige traagheid opgegeten. Schaarste creëert traagheid. De planten die doperwten voortbrengen, dansen sierlijk de tango rond de rijsstokjes van bamboe. Ik lees me in over zaaien, uitdunnen, water geven, slakken weren, oogsten. En tuur vaker dan vroeger naar de hemel om de regengoden gunstig te stemmen. Ondertussen lees ik in de krant dat mensen in deze tijden meer kiezen voor bewuste en eerlijke, biologische producten. Gaan we in het post-coronatijdperk anders eten, werken, winkelen, sporten, ons

verplaatsen? Gaan we meer thuiswerken en allemaal de fiets op of bumperen we snel weer gefrustreerd op overbevolkte wegen? Gaan we veel meer lokaal kopen of nog meer online shoppen? Nemen we vaker afscheid van de ‘luiheid op vier wielen’ of stappen we weer automatisch in de auto om 1 km verder naar de bakker te rijden? Gaan we minder ongegeneerd rondvliegen in Europa aan spotgoedkope tarieven of laten we ons weer snel verleiden om snel-snel een citytripje per vliegtuig te doen? Met andere woorden: gaan we écht anders leven? Dat is de hamvraag. Zullen ons gedrag en onze levenswijze fundamenteel veranderen of vervallen we weer in onze oude – lees: vaak slechte – gewoontes? Laten we ons niet te veel verstoppen achter beleid en wetten. Er bestaat ook nog zoiets als individuele verantwoordelijkheid en dito keuzevrijheid. We moeten gedurfde beslissingen durven nemen die al dan niet tegen de stroom ingaan. Je beslist zelf of die dagelijkse wandeling vanaf nu een blijver is. Je beslist zelf of je minder gaat vliegen. Je beslist zelf of je gezonder wil eten. Je beslist zelf of je lokaal (vaak iets duurder) koopt of via buitenlandse e-winkels (vaak iets goedkoper). Vul zelf maar aan.



NIEUWE ESSENTIELE INZICHTEN

Ergens halfweg de coronacrisis postte ik op Facebook een lijstje met tien prioriteiten waarvan ik hoop dat ze na de coronacrisis ingevoerd worden/en of eeuwig mogen blijven duren. Zaken die voor mij ‘essentieel’ zijn – ook dat woord heeft een nieuwe lading gekregen tijdens deze crisis. Het ging me niet om het Grote Gelijk. Neen, laten we het vooral oneens zijn met elkaar, op een beschaafde manier. Je leert niets bij als je je enkel omringt met mensen die precies hetzelfde denken als jij. Laten we niet polariseren maar elkaar inspireren. Zonder geloof in de waarachtigheid of oprechtheid van andere mensen, is communicatie onmogelijk, zegt filosofe Alicja Gescinska. In crisissen zoals deze lijkt de nuance te verdampen in elk debat en verzanden we te snel in ‘mijn waarheid is beter dan jouw waarheid’. In crisissen zoals deze komt elkeen hopelijk ook tot nieuwe, ‘essentiële’ inzichten. Zo ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat we dichter bij de natuur moeten leven, als individu, als maatschappij, als ondernemer. ‘Onze hoogmoed keert zich tegen ons’, schreef bioloog en Knack-journalist Dirk Draulans profetisch begin maart, nog voor er van een pandemie sprake was. Virussen, zoals het virus dat Covid-19 veroorzaakt, profiteren van de buitensporige menselijke expansiedrang. We dringen overal het leefgebied van andere diersoorten binnen. We consumeren dieren uit het wild à volonté, we leggen regenwouden plat. Een ongewenst neveneffect, zo zegt Draulans, is dat virussen uit dieren de sprong naar mensen kunnen maken. Die te hoge eigendunk, over onszelf en over onze planeet, keert zich tegen ons, want de energie van Moeder Aarde raakt op. Haar veerkracht evenzeer. Ze geeft ons signalen in overvloed, maar in het land van blinden is eenoog koning.



TRAGER GROEIEN GAAT OOK

We leven en werken al decennia in functie van ongebreidelde groei en steeds méér consumeren. Maar er bestaat ook zoiets als degrowth, ontgroeien, waarbij economie niet meer exclusief ten dienste staat van de allesoverheersende Groei. Er zijn zoveel kansen, richting duurzame energietransitie, richting korteketen en richting revolutionaire circulaire businessmodellen, waarbij ‘afval’ eindeloos transformeert tot nieuwe grondstoffen voor nieuwe producten. Economie die ook het klimaat dient. Het virus legt de vinger op een zere plek: onze grote economische afhankelijkheid van verre landen. Een economie zonder export is onmogelijk – dat besef ik ook wel – maar mag het iets duurzamer a.u.b? Het is absurd dat we smartphone-hoesjes bestellen via de Alibaba’s van deze wereld en die per koerier thuis laten bezorgen, het is absurd dat we hier snijbloemen kopen (en laten verwelken) die in Kenia geoogst zijn, het is absurd dat we hier biefstukken eten die in Zuid-Amerika op mega-industriële schaal gekweekt worden, zonder respect voor de natuur. Dus ja, ik pleit voor meer lokaal produceren en consumeren. Als dat impliceert dat producten opnieuw wat duurder worden en we een stukje moeten inboeten aan collectieve welvaart, dan is dat maar zo. Of evolueren we liever naar een 21 ste -eeuwse versie van de tien plagen van Egypte? Dus opnieuw: gaan we (een beetje) anders leven? Ik mag het hopen. Angst is daarbij de slechtste raadgever, zeker in dit kleine, welvarende landje van ons. Een beetje historisch besef is op zijn plaats. Het risico dat je nu in België verhongert of een kind verliest, is historisch laag. We krijgen de beste zorgen, met dank aan onze, vooralsnog, schitterende sociale zekerheid en gezondheidszorg. Wie werkloos wordt, is geen vogel voor de kat. Al zal de prijs van deze lockdown zeker hoog zijn, en niet enkel op economisch vlak. Meer kindermisbruik, meer alcoholisme, meer huiselijk geweld, stijgende armoede bij de meest kwetsbare burgers, ook dat is corona. Leven we nu in meer onzekere tijden? Het is maar hoe je het bekijkt en/of met wie je vergelijkt. Onzekerheden houden ons scherp. Leven met het vooruitzicht van nulrisico lijkt me doodsaai. En wie zich nu, in coronatijd, niet een beetje heruitvindt, zal dat waarschijnlijk nooit meer doen. Artsen, zorg- en verpleegkundigen, kinesisten, tandartsen, freelancers, kmo-ondernemers, leraars, studenten: we moeten allemaal op een andere manier leren werken, studeren, leven.


“Geef onze hoogbejaarden tenminste zelf een stem, in plaats van over hun hoofden te praten of ze enkel op te voeren als achtergronddecor”


OUD IS NIET OUT

Eén leeftijdsgroep kwam nauwelijks aan het woord de voorbije maanden: de tachtig-plussers. Ze gingen wel vaak over de tong, de ‘kwetsbare oudjes’. Let er maar op, hoe vaak we in verkleinwoordjes over én met hen spreken. Daar kon mijn grootvader zaliger zich enorm aan storen, als hij weer eens betutteld werd. Sommigen vroegen zich af of de hele maatschappij op slot moest om het leven van voornamelijk hoogbejaarden nog een beetje te verlengen. Een leven nodeloos rekken heeft – wat mij betreft – nooit zin, maar geef die hoogbejaarden tenminste zelf een stem, in plaats van over hun hoofden te praten of ze enkel op te voeren als achtergronddecor. De vitale zestigers van nu zullen veel kritischer zijn als ze later in een woon-zorgcentrum belanden, op alle vlakken. Het recente pleidooi van oud-politica Mieke Vogels in de Afspraak voor kleinschalige wijk-gebonden zorghuizen in plaats van nog meer mastodonten van commerciële rusthuizen, verdient daarom meer dan hoongelach. Wat vroeger een rusthuis was, wordt steeds meer een ‘sterfhuis’ – dat was ook al zo voor corona uitbrak. Ieder jaar overlijdt ongeveer een derde van de bewoners. Het personeel heeft nauwelijks tijd om te investeren in individuele aandacht, want de zorglast is zwaar voor de hulpbehoevende bewoners. Zorg- en verpleegkundigen leveren fantastisch werk – daar ligt het niet aan – maar de ouderenzorg heeft een grijze revolutie nodig. Ouderen die samen ‘op kot’ gaan, senioren die kiezen om een samen-huisproject op te zetten, kleine zorghuizen: het kan echt anders, en het hoeft niet altijd duurder te zijn. In sommige zorghuizen wonen dementerende ouderen niet in een voorziening met lange gangen en vergrendelde deuren maar in een huis met een tuin en huisdieren. Trouwens, wie zal er later voor al die ouderen zorgen? Ouderenzorg is, zacht uitgedrukt, geen sexy beroep, en schromelijk ondergewaardeerd. Als we het niet opwaarderen en beter verlonen, zullen we in de nabije toekomst vele handen te kort komen. Jongeren die stagelopen, ontdekken hopelijk dat ouderen verzorgen zoveel meer is dan luiers verversen en eten geven. Empathie maakt het verschil, veel meer dan medicatie of technische prestaties. En ja, we kunnen nog veel leren van die tachtigplussers: levenswijsheid, bijvoorbeeld. En ja, ze hebben, net als elk wezen van vlees en bloed, huidhonger, ook in hun allerlaatste rit. Drie getuigenissen op de VRT-site, over mensen die moesten afscheid nemen van hun dierbaren in coronatijd, laten geen mens onberoerd. ‘Ja, ik beken, ik heb haar voeten aangeraakt’, zegt een dochter over haar hoogbejaarde moeder, net voor ze stierf. ‘Ik wou in de kamer blijven, want anders verloor ik mijn wortels.’ Of een moeder die afscheid nam van haar zoon, 21 jaar en kanker. ‘Ik knuffelde hem langs achteren, ik moest hem voelen’ zegt ze half lachend, half wenend. Anderen stierven helemaal alleen, zonder familie of vrienden, in een kille ziekenhuiskamer. Dan denk ik opnieuw aan mijn grootvader, die één jaar voor deze pandemie uitbrak, stierf. God hebbe zijn ziel, dat hij dit niet meer moest meemaken. En besef ik vooral hoe troostend het tot op vandaag is dat we er toen bij waren en zachtjes in zijn hand konden knijpen, net voor hij stierf.



“Huidhonger is voor mij nu al hét woord van 2021. De behoefte aan fysiek contact, niet zozeer in seksuele zin, maar de intense en de alledaagse aanraking”


LEVE HET KNUFFELHORMOON

Daarom is huidhonger voor mij nu al hét woord van 2021. De behoefte aan fysiek contact, niet zozeer in seksuele zin, maar de intense en de alledaagse aanraking. De kus van een vriendin, een knuffel met je ouders, iemand die je toevallig even aanraakt tijdens een gesprek. Ons stresshormoon daalt en ons knuffelhormoon krijgt een boost. In deze tijden staan aanrakingen jammer genoeg op rantsoen. Daar kijk ik enorm naar uit: het moment waarop we elkaar weer echt mogen aanraken. Ondertussen haal ik nog wat inspiratie bij de Stoa. Als er één filosofie is die in tijden van corona van pas komt, dan is het wel die van de stoïcijnen. Maak onderscheid tussen zaken waar je geen controle op hebt en zaken waar je wel controle op hebt, zegt de stoïcijn. Er zijn zoveel zaken waar we nauwelijks invloed op hebben, zoals deze verfoeide coronacrisis. Die kunnen we niet zomaar wegtoveren, evenmin als agressieve chauffeurs, ellendige files, wereldvreemde politici of schreeuwerige burgers. Onze grondhouding tegenover ‘tegenspoed’, daar hebben we wel zelf controle over, net als over onze eigen plannen en goede voornemens. Mijn grootste voornemen in post-coronatijd: beter leren luisteren naar de ander. Echt luisteren. Al te vaak zit ik nog ongeduldig te wachten tot het mijn beurt is om weer iets te zeggen, en dat staat echt luisteren in de weg. Of ik denk het antwoord zelf al te weten, nog arroganter. Volgens Kate Murphy, die het boek Je luistert niet schreef, zijn we met ons allen de kunst om te luisteren aan het verliezen. Onze aandacht wordt voortdurend opgeëist door schermen, onze aandachtsboog wordt steeds korter. Maar als je alleen maar zelf praat, leer je nooit iets bij en word je snel oudbakken, fileert Murphy genadeloos de grootste roepers onder ons. Wie echter goed luistert, meevoelt met de ander en openhartige vragen stelt, ontdekt zoveel nieuwe verhalen.


Dus zwijg ik nu en luister ik met gespitste oren naar al wie iets te vertellen heeft.

Bijgewerkt: 7 apr 2020

Van nieuwe trends bij conscious consumers tot maatschappelijke uitdagingen rond ons klimaat en onze gezondheid: ze pushen onze voedingsproducenten en ingrediëntenleveranciers om vandaag te investeren in de voeding van morgen. Die is duurzaam, deels plantaardig, transparant, gezond én lekker.

Een voorsmaakje.




Ooit aten we dieren, dat is de prikkelende en controversiële titel van het nieuwste boek van Roanne van Voorst, de Nederlandse antropologe (35) die vegetariër werd op haar zestiende en veganiste op haar 33ste. Ze beschrijft de maatschappij na de ‘eiwittransitie’. Het ‘carnistische’ model heeft de baan geruimd voor het veganistische.


“We leveren nieuwe ingrediënten voor voedingsproducten die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde en evenwichtige voeding”

Geert Feys, Ingrizo

Diereneters zijn planteneters geworden. Ze doet boude voorspellingen, zoals: “In 2035 is tachtig procent van het aanbod in de supermarkt plantaardig.”

Ondergetekende was drie jaar geleden nog een carnivoor die zweerde bij zijn dagelijks stukje vlees, maar is nu een flexitariër die bewust één of meer dagen per week geen vlees eet en evenzeer geniet van een erwtenburger of pompoensalade. Omdat ik veel meer dan vroeger kritischer nadenk over dier- en milieuvriendelijkheid, maar ook omdat ik me zo fitter in mijn vel voel. Was vegetarisme in de jaren negentig nog iets voor de geitenwollensokkenhippies, dan is in 2018 volgens EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) 7% van de Belgen vegetariër, 1% is veganist, 16% eet regelmatig vegetarisch en 44% eet minder vlees dan de jaren voorheen.


EIWITREVOLUTIE


De eiwitrevolutie moet vandaag nog doorbreken, voor alle duidelijkheid. Maar the future is vegan, of toch deels. Er is een evolutie richting plantaardig en gezonder eten, ook al heeft vlees nog steeds zijn plaats in een evenwichtig voedingspatroon. De westerse consument wil in ieder geval meer transparantie: wat ligt er op mijn bord, wat is de nutritionele waarde, waar komt het vandaan én wat is de impact op het klimaat? Hij wil zijn voeding ook (opnieuw) vertrouwen. De dioxinecrisis, gekkekoeienziekte, of onlangs nog de listeria-bacterie, schudden ons wakker. Nadia Lapage, secretaris-generaal van Fevia Vlaanderen, bevestigt de trend dat een deel van de consumenten bewuster omgaat met voeding: “Onze voedingsbedrijven zijn niet blind. Ze kijken naar nieuwe trends in België én het buitenland, want gemiddeld 50% van de omzet wordt via export gerealiseerd. Enerzijds zien we consumenten die gezonder willen eten, dus minder verzadigde vetten, zouten, en suikers verorberen. Anderzijds zien we consumenten die gevoeliger worden voor circulair ondernemen, duurzame productie én verpakking van voeding.”


“Wat er niet goed uitziet en/of niet lekker is, zal niemand kopen. Dat blijft dé randvoorwaarde bij elke innovatie: het moet lekker zijn”

Nadia Lapage, Fevia Vlaanderen


In opdracht van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) publiceerde een studieteam van Technopolis en Blonk Consultants eind 2018 diepgaand onderzoek over de eiwittransitie. De studie schetst een objectief beeld van het potentieel voor Vlaanderen. Het streven naar een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten in humane voeding komt voort uit drie maatschappelijke tendensen: dierenleed voorkomen, milieu-impact verlagen en gezonder eten. De laatste jaren kiezen consumenten in Europa en Noord-Amerika steeds vaker voor een alternatief voor vlees in hun menu. Hiermee stijgt ook de vraag naar alternatieve eiwitingrediënten, voor het produceren van bijvoorbeeld vleesvervangers. Daarnaast wordt er volop onderzoek gedaan naar alternatieven voor vlees, zoals kweekvlees.

Voedingsmultinationals investeren in start-ups binnen de vleesvervangersindustrie en sluiten er partnerships mee. Voedingsreuzen als Nestlé en Unilever investeren fors in onderzoek naar vlees- en zuivelvervangers, omdat ze beseffen dat daar steeds meer vraag naar zal zijn. Nestlé, Europees marktleider en goed voor 1,5% van wat in onze winkelmand belandt, heeft een lijst van 36 verbintenissen opgesteld voor 2020, om het aandeel suiker, verzadigd vet en zout te verlagen en het aandeel groenten en gezonde ingrediënten te verhogen in hun aanbod, wat een enorme impact heeft op hun R&D.

Vandaag zijn ook kleinere Oost-Vlaamse vleesproducenten en -verwerkers ongetwijfeld achter de schermen bezig met die eiwittransitie, maar veel willen ze er nog niet over kwijt, bleek na een korte belronde. “Heel wat kmo’s in de vleessector beseffen dat ze de boot niet mogen missen, maar dat is niet evident als de middelen voor innovatie beperkt zijn, wat vaak het geval is bij kmo's. Grote bedrijven zijn sowieso de innovatievoorlopers, terwijl kmo’s innovatievolgers zijn”,”, zegt Nadia Lapage (Fevia). “Andere zetten in op korte keten, gezonder vlees zonder antibiotica en dierenwelzijn, zoals Breydel uit Gavere. In andere delen van de wereld zie je de vleesconsumptie dan weer fors toenemen, zoals in China. Vlees is daar een teken van vooruitgang. Net zoals bij ons in grootvaders tijd, met een rosbief als feestmaaltijd. Vegetarisme en veganisme zullen volgens mij altijd een niche blijven, maar ik meen wel dat het aantal flexitariërs zal toenemen. Ook in de melkverwerkende industrie zie je verschillende spelers die op dit moment groeien via niet-dierlijke melkproducten, zoals lactosevrije producten op basis van soja of rijstmelk, zowel voor de thuis- als Aziatische markt.”

Een relatief jonge speler die mee surft op die trend naar gezonde en evenwichtige voeding is Ingrizo uit De Pinte, een leverancier van grondstoffen, ingrediënten en additieven voor de levensmiddelen- en gezondheidsindustrie in de Benelux. Internationale gereputeerde producenten en kmo’s doen beroep op de ingrediëntenleverancier die 12 medewerkers telt en zo’n 300-tal klanten. Zaakvoerder Geert Feys: “We zijn steeds op zoek naar nieuwe ingrediënten om aan de vraag van de voedingsproducenten te beantwoorden. We willen daarbij via eigen onderzoek en in ons applicatielabo verder groeien via innovatieve oplossingen die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde, evenwichtige en duurzame voeding. Als gevolg van de mondialisering proberen grote concerns en multinationals via centrale aankoopkantoren met grotere volumes betere condities te bedingen, waardoor zowel omzet en marge onder druk komen te staan. Daarom zetten wij resoluut in op innovatie, technische kennis en advies als extra toegevoegde waarde voor ons productportfolio naar onze klanten. De ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en hun toepassingen moet ook leiden naar markten waar we op dit moment nog onvoldoende aanwezig zijn. Wij willen graag koploper worden in de markt van nieuwe, plantaardige alternatieve voedingswaren. En die kennis delen met klanten en partners.” Bij Ingrizo loopt momenteel een ontwikkelingsproject waarbij het dierlijke ingrediënten (vlees, melk, eieren) in voedingswaren wil vervangen door bestaande én nieuw te ontwikkelen plantaardige ingrediënten via ‘herformulatie’ van recepturen, met aandacht voor clean label, allergenen, suikerreductie, caloriereductie, vezelverrijking en voedingswaarde. Denk aan: plantaardige bacon, brownies of mayonaise (zonder eieren maar met bruine tuinbonen). Geert Feys: “Nestlé begrootte de Belgische markt van alle mogelijke vleesvervangers op 41 miljoen euro. Dat betekent 2,4 procent van de totale vleesmarkt. Toch springt de Zwitserse beursgenoteerde voedingsreus op de kar van de plantaardige hamburgers. Hun Incredible Burger, met als ingrediënten soja, tarwe, rode biet, wortelen en paprika, prijkt al op het menu van de Duitse restaurants van de hamburgerketen McDonald's. Ingrizo wil proactief die markt bewerken en nieuwe concepten voorstellen.”


VEGAN EN LEKKER

In de afgelopen jaren zijn er inderdaad grote stappen in de productontwikkeling gemaakt: vleesvervangers zijn gezonder en smakelijker geworden. Bovendien kunnen smaak en textuur van vlees steeds beter worden nagemaakt door technologische ontwikkelingen. Aan onze universiteiten wordt onderzoek gedaan naar alle type eiwitingrediënten.

Sommige ingrediënten worden al op grote schaal ingezet als eiwitingrediënt zoals peulvruchten (soja, erwten, veldbonen en lupine), bijproducten uit de zetmeelindustrie (zoals aardappel en tarwe) en in mindere mate zaden (hennep en quinoa). Daarnaast bieden nieuwe eiwitbronnen zoals insecten (meelwormen en sprinkhanen), waterplanten (zeewier en waterlinzen) en microbiële eiwitten (zoals algen) potentieel voor de toekomst. Al deze eiwitingrediënten worden ingezet om vleesvervangers te produceren. Je hebt de eerste generatie vleesvervangers (zoals tofu, tempeh en seitan), de tweede generatie vleesvervangers (samengestelde producten), derde generatie vleesvervangers (producten met een duidelijke vleesstructuur en -smaak), kweekvlees (clean meat, in-vitro vlees, cell-based meat) en hybride producten (combinatie van vlees met plantaardige grondstoffen).

Er liggen ook zeker kansen voor de Vlaamse landbouw. Die Vlaamse akkerbouw is echter intensief en saldo’s van nieuwe eiwitgewassen zijn vaak nog niet concurrerend ten opzichte van de huidige gewassen die worden geteeld. Afzetzekerheid is een voorwaarde voor het succes van nieuwe eiwitgewassen. Voor veel gewassen zijn regionale verwerkers aanwezig: soja in Vlaanderen, erwten in Wallonië, lupine in Nederland en Duitsland en veldbonen in Duitsland. Hier liggen mogelijkheden om samen met veredelaars, telers en verwerkers teeltprojecten op te starten zoals dat voor soja is gedaan. Wat betreft niet-grondgebonden productie (insecten, zeewier, waterlinzen, microbiële eiwitten) wordt er voorlopig nauwelijks op commerciële basis voor humane consumptie geproduceerd. Productie is nog duur en er zijn nog geen goed ontwikkelde afzetkanalen aanwezig voor humane voeding. Kort samengevat: de industrie in Vlaanderen rondom alternatieve eiwitten is zich aan het ontwikkelen, maar er is nog geen duidelijke waardeketen voor alle eiwitingrediënten. Er is ook nog te weinig investeringskapitaal bij kleine en middelgrote ondernemers.




BIO: STEEDS MEER PRIJZENDRUK Wie gezond en duurzaam denkt, zegt vaak bio. Jan Verbeke is zaakvoerder van Nature Favours uit Oudenaarde, een 100% organic importbedrijfje van biologische grondstoffen en halffabrikaten. “Onze missie is om kleinere ondernemingen toegang te verschaffen tot biologische ingrediënten. Start-ups die met bioproducten willen werken, hebben nauwelijks toegang tot biohalffabrikaten. De klassieke groothandels specialiseren zich daar niet in. Wij leveren halffabrikaten (sappen, purees, diepvriesfruit en fruitbereidingen) aan artisanale confituurproducenten, babyvoedingproducenten, bioboerderijen en drankenproducenten. Jan Verbeke ziet een enorme ontwikkeling in de drankenindustrie. “Onze sappen komen niet enkel terecht in groenten- en fruitsappen, maar ook in kombucha, bieren, limonades en hydrolades (sap op basis van water, lokaal fruit en groente en hydrolaten. Dat laatste is een ingrediënt dat wordt bekomen door bloemen en kruiden zoals munt te stomen, red.)

Babyvoeding is een van de grootste markten van Nature Favours. Het is ook de meest gecontroleerde. Verbeke: “De merkhouder heeft hier vaak de hele grondstoffenstroom in handen en wil absolute controle hebben waar het fruit vandaan komt. Bij babyvoeding wil men elk risico uitsluiten. We leveren babyvoedingsgrondstoffen aan grote spelers, maar evengoed aan start-ups. Zeker kleinere spelers komen bij ons aankloppen om aan een competitieve prijs grondstoffen te kopen die al babyvoedingsgeanalyseerd zijn. Soms zijn die analysevereisten bijna onhaalbaar, denk aan nitraatgevoelige producten zoals spinazie waarbij het nitraatgehalte vaak te hoog ligt.”

Deze importeur verkiest de korte keten indien mogelijk, maar sourct ook biologisch fruit, zoals mango of ananas, wereldwijd. Verbeke: “Eén regel is voor mij heilig: teel producten, zoals avocado, op plekken waar het ecosysteem het toelaat. Ik was twee weken geleden bij biotelers en -verwerkers in Peru. Ik zag daar jammer genoeg ook plantages midden in de woestijn, waarbij een tunnel vanaf de Andes gemaakt wordt om water te voorzien. Grote investeringsfondsen kopen er landbouwgronden op met waterrechten, omdat ze weten dat dit binnen tien jaar geld opbrengt. Hallucinant.”

Soms krijgt Nature Favours ook de vraag van lokale telers om oogstoverschotten te verwerken, maar meestal is dat niet rendabel. Binnen de biosector ondervindt Verbeke meer en meer prijzendruk. “De kleinere, lokale biowinkels komen onder druk te staan vanuit de retail, die de prijzen bepalen. Ook de kleine voedingsproducenten worstelen om hun plaats te vinden in de markt en moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper. En dan moet je er nog uitspringen met je verhaal. Als start-up moet je noodgedwongen snel het vizier richten op de retail, want je moet een bepaald volume bereiken om rendabel te produceren. Ik wil geen eten geven aan al de oprichters van voedingsstart-ups die zichzelf geen loon uitbetalen omdat ze niet rendabel zijn.”




OVER CLEAN LABEL EN DE SUIKERDUIVEL

Eén van de andere, hete aardappels in de voedingsindustrie is de vraag naar clean label, voedingsetiketten zonder E-nummers. Bewerkt voedsel bevat soms heel wat additieven met een E-nummer, vooral om de houdbaarheid van het voedingsmiddel te verlengen, zowel microbieel als organoleptisch (= stabilisatie van textuur). Geert Feys is formeel: “De consument wantrouwt ten onrechte deze additieven met E-nummer. Additieven met E-nummer, gebruikt in de juiste dosering, zijn transparant en hebben een bewezen niet-schadelijk effect op de gezondheid. Maar de perceptie en argwaan nemen hier de overhand en daarom wil de consument ingrediëntendeclaraties zien op voedingsproducten: zonder of minder E-nummers (clean label), en met begrijpbare leesbare ingrediënten die ze ook in hun keukenkastje staan hebben (‘cup board ingredients’). Daarom zet Ingrizo in op innovatie, ontwikkeling en gebruik van diverse alternatieve ingrediënten van natuurlijke, duurzame oorsprong, die succesvol additieven met E-nummers kunnen vervangen, of het aantal E-nummers kan reduceren.” Ook Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen heeft haar bedenkingen: “Als frisdrankproducenten naar clean label willen gaan, zullen ze bepaalde zoetstoffen moeten schrappen ten voordele van suiker, terwijl ook suikerreductie hoog op de agenda staat bij veel voedingsbedrijven, gestuurd vanuit de consument. Sommige trends in gezondheid spreken elkaar dus tegen.” Volgens haar begrijpt de buitenwereld vaak niet hoe moeilijk het is om 10% suiker uit een product te halen, want suiker geeft textuur aan een product of verlengt de bewaartijd. “Het vergt veel innovatie om een gelijkaardig product met 10% minder suiker én dezelfde smaak op de markt te brengen. Vervang je bij ketchup suiker door stevia als zoetstof, dan heb je rood water. Wat er niet goed uitziet en/of niet lekker is, zal niemand kopen. Dat blijft dé randvoorwaarde bij elke innovatie: het moet lekker zijn.”

De Engelsen hebben er een mooi woord voor: indulgence. Vrij vertaald: we willen intens genieten van voeding. Dat is ook de stellige overtuiging van Luc Aelterman, CEO van Confidas, de Drongense producent van pâtes de fruits, een op fruit gebaseerde snoep die we vooral kennen uit bomma’s tijd. Confidas geeft dit een product een nieuw, hipper imago en trekt ook deels de gezondheidskaart op zijn website, niet helemaal onterecht. Aelterman: “Een van de redenen waarom ik dit bedrijf drie jaar geleden overnam van de oprichter, is omdat ik de intrinsieke kwaliteiten van het product wou herwaarderen. Eigenlijk is het een heel oude manier om fruit te bewaren tijdens de winter. Ons product sluit aan bij een aantal huidige voedingstrends: er zit minimum 50% fruit in, we werken enkel met zes natuurlijke ingrediënten en zonder kunstmatige smaak- of kleurstoffen. Onze snoepjes zijn ook 100% vegan. Ze bevatten dus geen gelatine maar pectine. Ons label bevat ook geen E-nummers, maar dat spelen we niet uit als een troef omdat wij vinden dat dit een valse troef is.”

Confidas verkoopt zijn pâtes de fruits aan chocolatiers, aan groothandels die aan bakkerijen leveren, aan de retail en sinds kort ook aan sportvoedingsmerken via private label. “Ons product is een natuurlijke bron van snelle suikers. We voelen dat dit een groeimarkt is.” Aelterman weet als geen ander dat suiker nu in het oog van de voedingsstorm zit. “Ik spreek liever over gezonde en ongezonde voedingspatronen dan over gezonde of ongezonde producten. In ons product zit inderdaad veel suiker, al komt dat grotendeels van het fruit dat erin zit. Als je elke dag anderhalve kilo pâtes de fruits eet, heb je een probleem, maar ons product leent zich om te degusteren, in tegenstelling tot een gelatinegebaseerde snoep. Het smelt in de mond en je hebt veel sneller een verzadigd gevoel. We steken ook niet weg dat er veel suiker in ons product zit. In andere producten zit er ook veel suiker, maar weet je het niet. Los daarvan vind ik het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie.”



“Ik vind het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie”

Luc Aelterman, Confidas



GLUREN BIJ DE BUREN

Om slim en ‘gezond’ te innoveren is co-creatie via multidisciplinaire teams tussen R&D, productie, kwaliteit, logistiek en verkoop binnen de bedrijfsmuren een evidentie, maar volgens Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen moeten bedrijven, zeker kmo’s, nog veel meer over het eigen bedrijfsmuurtje kijken. “’Gluren bij de buren’ is de naam van een project van Flanders’ Food, ons innovatieplatform dat kmo’s wil stimuleren om ‘open’ te innoveren. Kmo-bedrijfsleiders zijn manusjes-van-alles die de productie leiden, de kwaliteit bewaken,… Wij willen hen extra ondersteunen via projecthulp, of door best practices aan te leveren uit het buitenland. Onze voedingskmo’s kunnen zeker nog meer samenwerken met kennisinstellingen of andere bedrijven. Een prachtig Oost-Vlaams voorbeeld van zo’n innovatieve joint venture is de samenwerking tussen ecologische viskwekerij Aqua4C en tomatenkwekerij Tomato Masters.”

Luc Aelterman (Confidas) doet naar eigen zeggen vooral aan innovatie met kleine i, maar hij doet het wel, samen met klanten, leveranciers, kennisinstellingen én andere kmo’s. “Zo proberen we nu functionele ingrediënten, zoals mineralen of palatinose (levert langer energie, sdk) toe te voegen, op vraag van een klant. Op marketingvlak hebben we al samengewerkt met de UGent. In de toekomst wil ik ook graag projecten opzetten met bio-ingenieurs of het ILVO. Met een andere voedingsproducent broeden we nu ook op het idee om samen een nieuw product op de markt te brengen.”

Elke voedingsspeler wil ook de vinger aan de pols houden bij de eindconsument, via bijvoorbeeld consumentenonderzoek. Al is dat verre van evident, volgens Verbeke (Nature Favours): “Een start-up ontwikkelt vaak een nieuw product vanuit die consument en toetst dat af bij zijn lokale gemeenschap. Denk aan een moeder die gezonde tussendoortjes ontwikkelt, vanuit de eigen zoektocht naar dat soort koekjes. Maar als groeiende kmo verlies je vaak die voeling met die eindconsument en marktonderzoeken zijn duur.”

Ook Aelterman (Confidas) weet dat consumentenonderzoek heel duur is, zeker voor een kmo. “Je kan gelukkig ook veel info krijgen door te luisteren bij klanten, familie, vrienden,..”


Kleine voedingsproducenten moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper”

Jan Verbeke, Nature Favours



CUSTOM MADE FOOD Tot slot, hoe ziet de voedingsfabriek van de toekomst eruit? Volgens Geert Feys (Ingrizo) is die zeer wendbaar en wordt die mede gestuurd door e-commerceorders, direct vanuit de eindconsument. Feys: “Supermarktketens hebben hoge vaste kosten en voeren vandaag een keiharde concurrentiestrijd, maar zouden die in de nabije toekomst weleens kunnen verliezen als de consument meteen online bestelt bij de producent of bij een beperkt aantal digitale platforms, zoals Amazon of Alibaba reeds succesvol doen. Ik ben er zeker van dat de stem van de digitale eindconsument sowieso belangrijker wordt. Complete maaltijdboxen worden steeds meer online besteld en thuis geleverd. De klant krijgt alle verse ingrediënten, hij moet enkel nog snel klaarmaken.”

Jan Verbeke van Nature Favours meent dat de voedingsfabriek er eerder klinisch zal uitzien, vol met procedures van wat mag en niet mag. “Misschien lopen de werknemers in een soort ruimtepak om elk risico op contaminatie te vermijden”, lacht hij. “De schrik voor een recall is zo groot vandaag, zeker als producent. Nieuws is zo snel beschikbaar via social media, soms worden er ook pertinente onwaarheden verteld, maar de schade is dan al geleden.”

Alle gesprekspartners voorspellen ook dat voedingsspelers steeds meer rekening zullen moeten houden met persoonlijke behoeftes en voorkeuren van groepen consumenten, zoals eiwitrijke voeding voor sporters en opgroeiende kinderen, speciale voeding voor ouderen met spier- en krachtverlies, zachte voeding voor parkinsonpatiënten met slikproblemen, suikergereduceerde voeding voor diabetici, enzovoort. Dankzij de digitalisering en efficiënte webshops zullen consumenten zich ook sneller en wereldwijd bevoorraden met specifieke voedingsmiddelen.

Nadia Lapage (Fevia): “Onze innovatiecluster Flanders' Food richtte samen met andere partners het open onderzoeks- en innovatiecentrum NuHCaS (Nutrition Health Care System)

op dat zich specifiek zal toeleggen op de relatie tussen gezondheid, voeding en zorg.. Ook bereide maaltijdproducenten zullen in dat innovatieverhaal een steeds grotere rol krijgen, met uitgebalanceerde maaltijden voor patiënten die zoutarm of lactosevrij moeten eten. Echt voeding op maat van de individuele consument lijkt me op fabrieksniveau onmogelijk, maar op niveau van de verpakkingen zijn er nu al veel mogelijkheden via digitalisering. En wie weet printen we binnen honderd jaar allemaal onze eigen maaltijden via onze 3D-printer, op basis van ingrediënten in poeder- of vloeibare vorm. Daar gebeurt nu al heel concreet onderzoek naar, zoals voor chocolade.”

1
2

Overdag langlaufen bij -30°C, 's avonds in de sauna bij 80°C