Nonkel Potrel

‚Äč

 

Ik liep hem onlangs tegen het lijf op een Oost-Vlaamse bouwwerf. Nonkel Potrel. Niet de nonkel uit De helaasheid der dingen die in Reetveerdegem een bloeiend caféleven heeft. Deze nonkel is een metser op rust. Nou ja, rust. Nonkel Potrel verdient nog graag een centje bij. Hij is een witte raaf onder de stielmannen, ideaal voor een zwart renovatiewerkje. Hij duikt op als veiligheidscoördinatoren en arbeidsinspecteurs verdwijnen.

Nonkel Potrel lijkt weggelopen uit een schilderij van Breughel: handen als kolenschoppen, borstelige wenkbrauwen, de groeven in zijn gezicht zijn gevoegd met opgedroogde mortel. Z’n helmboswuivende borsthaar puilt uit zijn houthakkershemd, ook al is het ijzig koud. Metsers zijn van alle seizoenen.

De opdracht van die dag: vier poutrels steken in een ruwbouw. De stalen lieverdjes wegen tussen de 100 en 350 kilogram. Nonkel Potrel is de ongekroonde werfleider; hij is een meester in ‘stabiliteit’, al zal hij dat woord nooit gebruiken Het verschil tussen een draag- en scheidingsmuur ziet hij met het blote oog; dat is even scherp als een waterpas of metserkoord.

Ik hou van zijn ambacht. Ik hou nog veel meer van zijn taal. Doorheen de jaren heeft hij een eigen, kleurrijk jargon uitgevonden dat staccatogewijs uit zijn mond rolt. Hij houdt niet van “geleerde taal”, en al zeker niet van het Nederengels dat menig ingenieur predikt, om te imponeren of onkunde te camoufleren.

Met zijn truweel metst hij nietsvermoedend juweeltjes van metaforen in elkaar. Stevig beton is penisbeton, nagels zijn kogels, z’n eigen bloed noemt hij siroop, en een pintje is een pikuur (een prik). ‘Geef mij nog es een pikuur, zegt hij om het uur. ‘Eentje met epo, zoals bij Lance Armstrong’. En als iemand een zaag nodig heeft, zegt nonkel Potrel kwikzilver: ‘Moet ik mijn schoonmoeder gaan halen?’

Nonkel Potrel is een angry old poet. Een brompot met peperkoeken hart, een rebelse dichter met een truweel en veel verleden. Maar zolang zijn benen zijn bovenlijf van beton kunnen dragen zoals een poutrel een huis stut, zal hij blijven bouwen aan de toekomst van zijn nageslacht.