Bosmeeting met mossige moustache

 

 

Op een zonnige dinsdagvoormiddag in januari flaneerden John, CEO van een projectontwikkelaar en Stéphanie, zijn bevallige junior marketeer, door een bos vlak bij de beroemdste helling van Oost-Vlaanderen en ver daarbuiten: de Koppenberg.
In hun Outlook-agenda stond: evaluatiegesprek tijdens wandelmeeting.


Stéphanie had nog geopperd of ze toch niet online konden vergaderen, maar John had haar aarzeling van tafel geveegd met gezondheidsargumenten. “Zo’n bosvergadering is een goed alternatief voor de videovergadering. Je bent in beweging, je krijgt veel zuurstof binnen en je hebt voldoende ventilatie. Wat wil een mens nog meer in covid-tijd?”, lachte hij vanonder zijn mossige moustache. Die verraadde oerdrift.

 

Zodra hij zijn BMW X3 aan de bult van Melden parkeerde en ze hun eerste stappen zetten in het sprookjesachtige Koppenbergbos, vond Stéphanie dat de CEO zich wel heel zenuwachtig gedroeg. Ze voelde ook twee priemende ogen die afgleden van haar groene gewatteerde parka met kap in bont naar haar strak zittende jeans. “Laten we die mondkapjes maar achterwege laten, want mijn brilglazen bedampen helemaal.” Stéphanie diende hem snel van antwoord: “Ik voel me toch veiliger met mondkapje, sorry.” John beet een eerste keer in het zand.

 

Elk voorjaar rolde de wilde hyacint er zijn paarsblauw tapijt uit, nu was de bodem een getuft tapijt van dode bladeren, mossen en schimmels. “De natuur is ‘s werelds grootste openluchtkantoor”, zei John extatisch. Hij ontpopte zich tot bosgids. “Deze plek kreeg het meer dan honderd jaar zwaar te verduren, tijdens WOI. Tijdens het eindoffensief beschoot de Duitse artillerie vanop de Koppenberg de geallieerden die een bos verder zaten, waardoor bijna het hele bos sneuvelde.”
Zijn buitenverblijf lag op een boogscheut. Hij kende elk geheim plekje van dit loofbos van eik en beuk en had dit soort wandeling al eerder gemaakt.

 

Stephanie was maar matig geïnteresseerd in zijn oorlogsverhaaltjes en bracht John terug bij de les. “Mijnheer Matthijs, bent u eigenlijk tevreden over mijn werk in het voorbije jaar?”

 

“Het is John, hè. Tuurlijk Stéphanie. Daar hoeven we niet veel woorden aan te verspillen. Je doet je werk uitstekend, doe zo voort! ‘Kom, ik wil je iets tonen’, zei John en nam haar fluks bij de arm, weg van het bestaande wandelpad.


Op de VRT-website geven ze vier tips voor efficiënte bosmeetings in COVID-tijd: vergader niet in het wilde weg, leg de punten op voorhand vast, maak gebruik van een bestaand parcours en hou voldoende afstand. John had slechts één agendapunt, ook de sociale afstand lapte hij aan zijn laars. Stéphanie voelde nattigheid. Ze had geen zin om zijn knuffelcontact te worden.

 

Ze waren nu vlakbij de restanten van loopgraven die uitmondden in een bomkrater. “Kijk eens, hoe bijzonder. Zal ik jou een hand geven, dan kunnen we dit stukje erfgoed eens van nabij onderzoeken.”
Net op dat moment struikelde John – zijn brilglazen zaten helemaal in de mist - over een boomwortel die verborgen onder het loof zat, om. John viel pardoes voorover in de bomkrater en belandde met zijn hoofd op een stronk. Meteen gutste het bloed vanonder zijn rechterwenkbrauw. Het leek wel alsof zijn huid openscheurde.

 

“Mijnheer Matthijs, je bloedt hevig”, zei ze gespeeld bedrukt. “Moet ik de 112 bellen?”  

“Neen, Stéphanie, laat maar. Ik red me wel”, zei hij met een schriel stemmetje.

 

De bospoeper met een voorliefde voor jong en mals wild had zichzelf in de voet geschoten.