Jos zit liever terwijl hij typt

 

 

In de vorige eeuw hing er op menig werkvloer een wolk van nicotine. Jos had die glorietijd nog meegemaakt. Hij pafte Marlboro. Tegen het einde van de werkdag stroomde zijn asbak over.
Jos, de boekhouder van een bedrijf dat in elektronica deed, pafte al sinds zijn veertiende. Hij cijferde én rookte aan de lopende band. Zijn geel gerafelde vingertoppen logen niet, net zomin als hij.
Jos was eerlijk geboren.

Toen roken op de werkvloer helemaal niet meer mocht, werd Jos verbannen naar een aparte ruimte voor zijn rookpauzes. Daar kon hij mee leven. Al voelde hij wel de nijdige blikken, want roken was nu officieel een werkonderbreking, en niet alle niet-rokers konden daar mee om. Nadien werd hij van de rookruimte verbannen naar de stoep op de bedrijfsparking, als een paria.
Jos werkte en rookte onverstoorbaar verder. Zo snel kreeg je hem niet uit zijn lood.

Maar rond 2010 zeiden gezondheidsgoeroes opeens dat zitten het nieuwe roken is. Jos moest binnensmonds eens hard lachen. ‘Ha ha, die is goed. Straks mag ik al niet meer op mijn lui gat zitten ook!’ Hij vermoedde toen niet dat hij de waarheid sprak.

De voorbije jaren kreeg de stelling dat bureaudieren met een zittend gat meer kans hebben op lage rugpijn, hart- en vaatziekten, diabetes en vroegtijdig overlijden steeds meer bijval. Jos liet er zijn slaap niet voor. Zijn rookverslaving kostte hem ook minstens tien jaar van zijn leven.

Een maand geleden kreeg hij echter een factuur voorgeschoteld ter goedkeuring. Voor drie sta- en twee fietsbureaus. Aan de start-to-run of een yogasessie tijdens de middagpauze had hij eerder weten te ontsnappen – Jos vond de meeste sporten een minder nobele vorm van uitsloverij – maar de CEO gebood dat elke werknemer één dag per week  zo’n ‘beweegbureau’ moest uitproberen. ‘Wist je trouwens dat zowel Winston Churchill als Leonardo Da Vinci staand werkten?’, zei de CEO pocherig.

‘Ik ben Churchill niet, ik ben Jos en ik zit liever terwijl ik typ’, vloekte Jos nu binnensmonds. ‘Ik loop godverdomme drie keer per dag naar de parking voor mijn rookpauze. En als ik moet peddelen aan zo’n fietsbureau, slaan mijn hersenen tilt en daalt mijn rendabiliteit.’

Om de boel een beetje te saboteren nam Jos geen mooie, rechte houding aan de statafel aan, maar hing hij eraan, alsof hij aan de toog stond van zijn lievelingscafé De Wilde Sanseveria.

Na twee weken mocht Jos weer fulltime balansen analyseren al zittend.
Want de keuze tussen een fietsende, gezonde maar balorige boekhouder of een zittende, gemotiveerde cijfertovenaar met rookverslaving was snel gemaakt.