Zoeken

Over degrowth, huidhonger en oud is niet out.

Bijgewerkt: jun 27

Newton bedacht de wet van de zwaartekracht toen hij in het gras lag en er een appel pardoes op zijn hoofd viel. Ren niet, maar wees zen, en dan staan er bijzondere ontdekkingen te gebeuren.

Net voor ik, als virusleek, voor het eerst van corona hoorde, trad mijn brein dagelijks uit zijn oevers, volgestouwd als het was met korte- en langetermijnplannen, hijgende dead- lines, onvervulde verlangens en dwingende to-do-lijstjes. Kort na de uitbraak van de coronacrisis, medio maart, werd mijn hoofd vederlicht. Net als Newton kwam ik, voor het eerst sinds lang, in rustmodus. Het schrappen van alle feestjes, meetings, hobby’s van de kinderen, enzovoort, had een louterend effect. De maand maart in m’n online agenda transformeerde in een sneeuwtapijt, maagdelijk blank. Even niet meer ‘te moeten maar te mogen’ gaf een bevrijdend gevoel. De lockdown werkte niet enkel als een pauzeknop, maar ook als een control-alt-delete knop. Resetten, stilstaan bij wat je allemaal hebt en daar dankbaar voor zijn. In het diepe besef dat vele anderen – zorg- en verpleegkundigen, artsen, kassabedienden, vuilnismannen,… - meer dan een extra tand moesten bijsteken en/of ’s nachts de slaap lieten omdat ze inkomensverlies leden door corona.


“Ik pleit voor meer lokaal produceren en consumeren. Als dat impliceert dat we een stukje moeten inboeten aan collectieve welvaart, dan is dat maar zo”


Het eigen huis werd een cocon waarin we onszelf terugplooiden, een veilige oase. Overdag interviewde ik mensen van thuis uit, via video. Best aangenaam om me niet meer door de files te hoeven worstelen. Ik had het gevoel productiever, efficiënter en meer geconcentreerd te kunnen werken dan op kantoor. Ook hier weer, in het diepe besef dat anderen het zoveel moeilijker hadden, opgesloten in een klein appartement, zonder tuin, zonder laptop, zonder ademruimte.

VERBINDING IN AFZONDERING Als gezin gingen we op zoek naar een nieuw evenwicht, met vallen en opstaan. Met en zonder rigoureuze schema’s en in de wetenschap dat het best uitzonderlijk was om samen zoveel tijd door te brengen. De veerkracht van de kinderen was opmerkelijk: ze hielpen – soms met gezonde tegenzin – mee in het huishouden, maakten zelfstandig huiswerk, deden gezelschapspelletjes. ‘s Avonds vond een nieuw gezinsritueel plaats: samen wandelen in de velden rondom ons. Of beter: flaneren: vrij, ongehaast, zonder vooraf bepaalde route. Op zoek naar paradijselijke plekjes om de hoek. Het is een goede manier om je gedachten te ordenen, maar evengoed om te broeden op nieuwe Grote Plannen. Wie zielenrust wil, moet gaan wandelen, schreef Seneca al. We waren niet alleen; overal zag je troepjes familie, op verkenning in de natuur. De beperking van de keuzevrijheid – wat moesten we anders doen? - zorgde voor, jawel, vrijheid. Om vrij te kunnen zijn, heb je grenzen nodig. Wat me ook meteen opviel: mensen zeiden sneller een goeiendag tegen elkaar of begonnen een praatje. Verbinding in afzondering. Ondertussen inhaleerden we schonere lucht. Tijdens de coronaluwte op de weg hing er beduidend minder stikstofdioxide en roet in de lucht.



“Onzekerheden houden ons scherp. Wie zich nu niet een beetje heruitvindt, zal dat waarschijnlijk nooit meer doen”


SCHAARSTE CREËERT TRAAGHEID

Ik (her)ontdekte ook de liefde voor de moestuin. De kalende kop van wijlen mijn grootvader Tsjef doemde op, waarop aders zich als kronkelende rivieren vertakken, terwijl hij onkruid wiedde tussen zijn prinsessenbonen en radijzen. Steeds in kniezit op een kussentje om de eroderende gewrichten wat te sparen. ‘Je moet elke dag een beetje schoffelen in je moestuin, dan overwoekert de boel niet’, hoorde ik hem zeggen. Sinds corona schoffel ik dus terwijl ik de groei van m’n gewassen inspecteer. Elke aardbei die wordt geoogst, wordt met liefde en met de nodige traagheid opgegeten. Schaarste creëert traagheid. De planten die doperwten voortbrengen, dansen sierlijk de tango rond de rijsstokjes van bamboe. Ik lees me in over zaaien, uitdunnen, water geven, slakken weren, oogsten. En tuur vaker dan vroeger naar de hemel om de regengoden gunstig te stemmen. Ondertussen lees ik in de krant dat mensen in deze tijden meer kiezen voor bewuste en eerlijke, biologische producten. Gaan we in het post-coronatijdperk anders eten, werken, winkelen, sporten, ons

verplaatsen? Gaan we meer thuiswerken en allemaal de fiets op of bumperen we snel weer gefrustreerd op overbevolkte wegen? Gaan we veel meer lokaal kopen of nog meer online shoppen? Nemen we vaker afscheid van de ‘luiheid op vier wielen’ of stappen we weer automatisch in de auto om 1 km verder naar de bakker te rijden? Gaan we minder ongegeneerd rondvliegen in Europa aan spotgoedkope tarieven of laten we ons weer snel verleiden om snel-snel een citytripje per vliegtuig te doen? Met andere woorden: gaan we écht anders leven? Dat is de hamvraag. Zullen ons gedrag en onze levenswijze fundamenteel veranderen of vervallen we weer in onze oude – lees: vaak slechte – gewoontes? Laten we ons niet te veel verstoppen achter beleid en wetten. Er bestaat ook nog zoiets als individuele verantwoordelijkheid en dito keuzevrijheid. We moeten gedurfde beslissingen durven nemen die al dan niet tegen de stroom ingaan. Je beslist zelf of die dagelijkse wandeling vanaf nu een blijver is. Je beslist zelf of je minder gaat vliegen. Je beslist zelf of je gezonder wil eten. Je beslist zelf of je lokaal (vaak iets duurder) koopt of via buitenlandse e-winkels (vaak iets goedkoper). Vul zelf maar aan.



NIEUWE ESSENTIELE INZICHTEN

Ergens halfweg de coronacrisis postte ik op Facebook een lijstje met tien prioriteiten waarvan ik hoop dat ze na de coronacrisis ingevoerd worden/en of eeuwig mogen blijven duren. Zaken die voor mij ‘essentieel’ zijn – ook dat woord heeft een nieuwe lading gekregen tijdens deze crisis. Het ging me niet om het Grote Gelijk. Neen, laten we het vooral oneens zijn met elkaar, op een beschaafde manier. Je leert niets bij als je je enkel omringt met mensen die precies hetzelfde denken als jij. Laten we niet polariseren maar elkaar inspireren. Zonder geloof in de waarachtigheid of oprechtheid van andere mensen, is communicatie onmogelijk, zegt filosofe Alicja Gescinska. In crisissen zoals deze lijkt de nuance te verdampen in elk debat en verzanden we te snel in ‘mijn waarheid is beter dan jouw waarheid’. In crisissen zoals deze komt elkeen hopelijk ook tot nieuwe, ‘essentiële’ inzichten. Zo ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat we dichter bij de natuur moeten leven, als individu, als maatschappij, als ondernemer. ‘Onze hoogmoed keert zich tegen ons’, schreef bioloog en Knack-journalist Dirk Draulans profetisch begin maart, nog voor er van een pandemie sprake was. Virussen, zoals het virus dat Covid-19 veroorzaakt, profiteren van de buitensporige menselijke expansiedrang. We dringen overal het leefgebied van andere diersoorten binnen. We consumeren dieren uit het wild à volonté, we leggen regenwouden plat. Een ongewenst neveneffect, zo zegt Draulans, is dat virussen uit dieren de sprong naar mensen kunnen maken. Die te hoge eigendunk, over onszelf en over onze planeet, keert zich tegen ons, want de energie van Moeder Aarde raakt op. Haar veerkracht evenzeer. Ze geeft ons signalen in overvloed, maar in het land van blinden is eenoog koning.



TRAGER GROEIEN GAAT OOK

We leven en werken al decennia in functie van ongebreidelde groei en steeds méér consumeren. Maar er bestaat ook zoiets als degrowth, ontgroeien, waarbij economie niet meer exclusief ten dienste staat van de allesoverheersende Groei. Er zijn zoveel kansen, richting duurzame energietransitie, richting korteketen en richting revolutionaire circulaire businessmodellen, waarbij ‘afval’ eindeloos transformeert tot nieuwe grondstoffen voor nieuwe producten. Economie die ook het klimaat dient. Het virus legt de vinger op een zere plek: onze grote economische afhankelijkheid van verre landen. Een economie zonder export is onmogelijk – dat besef ik ook wel – maar mag het iets duurzamer a.u.b? Het is absurd dat we smartphone-hoesjes bestellen via de Alibaba’s van deze wereld en die per koerier thuis laten bezorgen, het is absurd dat we hier snijbloemen kopen (en laten verwelken) die in Kenia geoogst zijn, het is absurd dat we hier biefstukken eten die in Zuid-Amerika op mega-industriële schaal gekweekt worden, zonder respect voor de natuur. Dus ja, ik pleit voor meer lokaal produceren en consumeren. Als dat impliceert dat producten opnieuw wat duurder worden en we een stukje moeten inboeten aan collectieve welvaart, dan is dat maar zo. Of evolueren we liever naar een 21 ste -eeuwse versie van de tien plagen van Egypte? Dus opnieuw: gaan we (een beetje) anders leven? Ik mag het hopen. Angst is daarbij de slechtste raadgever, zeker in dit kleine, welvarende landje van ons. Een beetje historisch besef is op zijn plaats. Het risico dat je nu in België verhongert of een kind verliest, is historisch laag. We krijgen de beste zorgen, met dank aan onze, vooralsnog, schitterende sociale zekerheid en gezondheidszorg. Wie werkloos wordt, is geen vogel voor de kat. Al zal de prijs van deze lockdown zeker hoog zijn, en niet enkel op economisch vlak. Meer kindermisbruik, meer alcoholisme, meer huiselijk geweld, stijgende armoede bij de meest kwetsbare burgers, ook dat is corona. Leven we nu in meer onzekere tijden? Het is maar hoe je het bekijkt en/of met wie je vergelijkt. Onzekerheden houden ons scherp. Leven met het vooruitzicht van nulrisico lijkt me doodsaai. En wie zich nu, in coronatijd, niet een beetje heruitvindt, zal dat waarschijnlijk nooit meer doen. Artsen, zorg- en verpleegkundigen, kinesisten, tandartsen, freelancers, kmo-ondernemers, leraars, studenten: we moeten allemaal op een andere manier leren werken, studeren, leven.


“Geef onze hoogbejaarden tenminste zelf een stem, in plaats van over hun hoofden te praten of ze enkel op te voeren als achtergronddecor”


OUD IS NIET OUT

Eén leeftijdsgroep kwam nauwelijks aan het woord de voorbije maanden: de tachtig-plussers. Ze gingen wel vaak over de tong, de ‘kwetsbare oudjes’. Let er maar op, hoe vaak we in verkleinwoordjes over én met hen spreken. Daar kon mijn grootvader zaliger zich enorm aan storen, als hij weer eens betutteld werd. Sommigen vroegen zich af of de hele maatschappij op slot moest om het leven van voornamelijk hoogbejaarden nog een beetje te verlengen. Een leven nodeloos rekken heeft – wat mij betreft – nooit zin, maar geef die hoogbejaarden tenminste zelf een stem, in plaats van over hun hoofden te praten of ze enkel op te voeren als achtergronddecor. De vitale zestigers van nu zullen veel kritischer zijn als ze later in een woon-zorgcentrum belanden, op alle vlakken. Het recente pleidooi van oud-politica Mieke Vogels in de Afspraak voor kleinschalige wijk-gebonden zorghuizen in plaats van nog meer mastodonten van commerciële rusthuizen, verdient daarom meer dan hoongelach. Wat vroeger een rusthuis was, wordt steeds meer een ‘sterfhuis’ – dat was ook al zo voor corona uitbrak. Ieder jaar overlijdt ongeveer een derde van de bewoners. Het personeel heeft nauwelijks tijd om te investeren in individuele aandacht, want de zorglast is zwaar voor de hulpbehoevende bewoners. Zorg- en verpleegkundigen leveren fantastisch werk – daar ligt het niet aan – maar de ouderenzorg heeft een grijze revolutie nodig. Ouderen die samen ‘op kot’ gaan, senioren die kiezen om een samen-huisproject op te zetten, kleine zorghuizen: het kan echt anders, en het hoeft niet altijd duurder te zijn. In sommige zorghuizen wonen dementerende ouderen niet in een voorziening met lange gangen en vergrendelde deuren maar in een huis met een tuin en huisdieren. Trouwens, wie zal er later voor al die ouderen zorgen? Ouderenzorg is, zacht uitgedrukt, geen sexy beroep, en schromelijk ondergewaardeerd. Als we het niet opwaarderen en beter verlonen, zullen we in de nabije toekomst vele handen te kort komen. Jongeren die stagelopen, ontdekken hopelijk dat ouderen verzorgen zoveel meer is dan luiers verversen en eten geven. Empathie maakt het verschil, veel meer dan medicatie of technische prestaties. En ja, we kunnen nog veel leren van die tachtigplussers: levenswijsheid, bijvoorbeeld. En ja, ze hebben, net als elk wezen van vlees en bloed, huidhonger, ook in hun allerlaatste rit. Drie getuigenissen op de VRT-site, over mensen die moesten afscheid nemen van hun dierbaren in coronatijd, laten geen mens onberoerd. ‘Ja, ik beken, ik heb haar voeten aangeraakt’, zegt een dochter over haar hoogbejaarde moeder, net voor ze stierf. ‘Ik wou in de kamer blijven, want anders verloor ik mijn wortels.’ Of een moeder die afscheid nam van haar zoon, 21 jaar en kanker. ‘Ik knuffelde hem langs achteren, ik moest hem voelen’ zegt ze half lachend, half wenend. Anderen stierven helemaal alleen, zonder familie of vrienden, in een kille ziekenhuiskamer. Dan denk ik opnieuw aan mijn grootvader, die één jaar voor deze pandemie uitbrak, stierf. God hebbe zijn ziel, dat hij dit niet meer moest meemaken. En besef ik vooral hoe troostend het tot op vandaag is dat we er toen bij waren en zachtjes in zijn hand konden knijpen, net voor hij stierf.



“Huidhonger is voor mij nu al hét woord van 2021. De behoefte aan fysiek contact, niet zozeer in seksuele zin, maar de intense en de alledaagse aanraking”


LEVE HET KNUFFELHORMOON

Daarom is huidhonger voor mij nu al hét woord van 2021. De behoefte aan fysiek contact, niet zozeer in seksuele zin, maar de intense en de alledaagse aanraking. De kus van een vriendin, een knuffel met je ouders, iemand die je toevallig even aanraakt tijdens een gesprek. Ons stresshormoon daalt en ons knuffelhormoon krijgt een boost. In deze tijden staan aanrakingen jammer genoeg op rantsoen. Daar kijk ik enorm naar uit: het moment waarop we elkaar weer echt mogen aanraken. Ondertussen haal ik nog wat inspiratie bij de Stoa. Als er één filosofie is die in tijden van corona van pas komt, dan is het wel die van de stoïcijnen. Maak onderscheid tussen zaken waar je geen controle op hebt en zaken waar je wel controle op hebt, zegt de stoïcijn. Er zijn zoveel zaken waar we nauwelijks invloed op hebben, zoals deze verfoeide coronacrisis. Die kunnen we niet zomaar wegtoveren, evenmin als agressieve chauffeurs, ellendige files, wereldvreemde politici of schreeuwerige burgers. Onze grondhouding tegenover ‘tegenspoed’, daar hebben we wel zelf controle over, net als over onze eigen plannen en goede voornemens. Mijn grootste voornemen in post-coronatijd: beter leren luisteren naar de ander. Echt luisteren. Al te vaak zit ik nog ongeduldig te wachten tot het mijn beurt is om weer iets te zeggen, en dat staat echt luisteren in de weg. Of ik denk het antwoord zelf al te weten, nog arroganter. Volgens Kate Murphy, die het boek Je luistert niet schreef, zijn we met ons allen de kunst om te luisteren aan het verliezen. Onze aandacht wordt voortdurend opgeëist door schermen, onze aandachtsboog wordt steeds korter. Maar als je alleen maar zelf praat, leer je nooit iets bij en word je snel oudbakken, fileert Murphy genadeloos de grootste roepers onder ons. Wie echter goed luistert, meevoelt met de ander en openhartige vragen stelt, ontdekt zoveel nieuwe verhalen.


Dus zwijg ik nu en luister ik met gespitste oren naar al wie iets te vertellen heeft.

0 keer bekeken