Zoeken

Slalommen tussen de sneeuw en de stilte.

Fins Lapland. In het Hoge Noorden. Into the wild. Acht dagen op crosscountry ski’s door surrealistische sneeuwlandschappen. Acht dagen zonder elektriciteit en wifi, maar met veel grinta en een pulka. Verslag van een expeditie buiten de lijntjes, met de barre koude als trouwe reisgezel. Het Noorderlicht kregen we er gratis bij.


Tekst Sam De Kegel – foto's Brent D’Hooge


Een primitieve sauna, diep verscholen in de bossen van het nationaal park Urho Kekkonen, vlak bij het Luirojärvi-meer. We zitten een eind boven de Poolcirkel en lijken lichtjaren verwijderd van de bewoonde wereld. Terwijl het buiten minus 35 C° vriest, gooien we nog wat water op de kachel die we met kolen en hout aanvuren. Sissende stoom. “Wie durft er in zijn blootje naar buiten lopen”, daagt expeditielid Anton uit. Even later huppelen zes mannen in adamskostuum een halve minuut uitgelaten in de sneeuw, terwijl boven ons hoofd het Noorderlicht danst, één van ‘s werelds meest impressionante natuurverschijnselen.


This is Lapland as it really is: huge, solemn, unshakeable and mighty


Nog de hele avond turen we naar de witte en lichtgroene sluiers aan de heldere hemel, vanop een bevroren meer. Met de twinkelende ogen van kleine kinderen, vol verwondering. Tot de koude onze handen en voeten zo geselt dat we terug de warmte van onze wildernishut opzoeken. “Koester deze dag”, zegt Brent, de expeditieleider. “Wie kan er zeggen dat hij overdag zeven uur met een pulka (slede, red.) door de sneeuw langlauft bij -30 °C, vervolgens het Noorderlicht ziet en de avond afsluit bij + 80 °C?”

HUGE AND UNSHAKEABLE Dit is dag 3 van een achtdaagse ontdekkingstocht door een van de meest ongerepte nationale parken van Finland. “This is Lapland as it really is: huge, solemn, unshakeable and mighty”, schreef Ester Hjelt-Cajanus, hoofd van een Fins reisagentschap, in 1924 al over dit nationaal park. Wie Lapland echt wil voelen, kiest voor een doe-het-zelfexpeditie door het land van dennenbossen, betoverende sneeuwlandschappen en bevroren meren. Zoals die van Into the Arctic, een Belgische specialist in Laplandreizen. Oprichter Brent D’Hooge begeleidde al zeventien expedities in Urho Kekkonen. Hij post bewust geen blogs of gedetailleerde routes omdat hij dit stukje natuurschoon wil conserveren. Ver weg van de commercie. Wie de natuur liefheeft, wil ze behoeden voor haar ondergang. Het concept van hun ‘Taïga poollicht expeditie’: als een expeditielid rondtrekken op crosscountry ski’s – brede langlauflatten met stijgvellen – met één doel: ’s avonds de volgende wildernishut halen. We spelen zelf voor husky en trekken onze bagage voort. Wie luxe koestert, blijft beter thuis. Wie graag fysiek en mentaal zijn grenzen opzoekt, voelt zich hier thuis. Brent: “Onze missie? Voor avontuur zorgen dat je zelden of nooit zelf zou kunnen bedenken zonder vele jaren investeren. Onze expedities zijn voor iedereen haalbaar. Een stevige basisconditie en mentale weerbaarheid zijn wel onontbeerlijk. Ik heb ook al sporters met afgetrainde lijven onderuit zien gaan, omdat ze niet tegen de kou konden. Een klein speklaagje kan helemaal geen kwaad, integendeel”, lacht hij.



“Heb ik te veel Roald Dahl gelezen? Neen, dit is a natural high, een trance in de sneeuw”


DUURZAME DIEPVRIEZERS

De omkadering zit snor, want voor deze expeditie gaat er uitzonderlijk een tweede gids mee, Willem, medeoprichter van Into the Arctic. Hij kent de Pyreneeën, Noorwegen, het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland en de hele kustlijn van Groenland als zijn broekzak en trekt nu voor het eerst door dit natuurgebied in Fins Lapland. De avond voor de start van de expeditie krijgen we - vier mannen en drie vrouwen - in Kiilopää, een sportcentrum aan de rand van Urho Kekkonen, de briefing voor de komende acht dagen. Die zitten in een strak korset. Om 7 uur opstaan en ons materiaal in compressiezakken steken. Ondertussen hebben de gidsen de houtkachel al in gang gestoken en water gekookt. Om 7.15 uur een stevig ontbijt, want door de koude temperaturen verbrandt ons lichaam meer calorieën dan normaal. Overdag zullen we slechts halthouden voor korte pitstops met zoete energiebommetjes en warme thee. Om 8.30 uur starten met langlaufen. Afhankelijk van de sneeuwcondities, de hellingen, het weer en onze conditie leggen we tussen de 15 en 20 km per dag af. Rond 16 uur arriveren we aan de hut, laden we de pulka’s uit en ontvriezen we de avondmaaltijd van die dag. De sledes zijn onze mobiele, duurzame diepvriezers. Bij aankomst aan de wildernishut is het cruciaal om ze onmiddellijk op te warmen, opdat we zelf sneller opwarmen en onze kledij kan drogen. “Je hebt steeds visueel contact met je voorganger en als ik met mijn skistokken een kruis maak, moet iedereen stoppen. Water halen doe je nooit alleen, maar minimaal met twee personen. En ja, het nummer van de satelliettelefoon is 112#. Maar dat gebruiken we enkel in uiterste nood.”


NATURAL HIGH

De briefing is duidelijk, maar the proof of the pudding is in the eating. De zenuwen gieren door de kelen bij de start. Na enkele kilometers wordt al duidelijk dat dit geen walk in the park wordt. De eerste kennismaking met de ski’s, de sneeuw en de pulka is onwennig. Ik voel me zoals bij mijn eerste lief, net voor die eerste kus. Je wil voluit gaan, maar aarzelt en weet niet van aanpakken. Net wanneer ik het gevoel krijg dat de ski’s beginnen glijden, doemt de eerste heuvel op. Die verdomde pulka, gemiddeld 40 kg zwaar, lijkt nu meer op een koppige steenezel. De hartslag gaat onheilspellend naar omhoog, gelukkig is de top in zicht. Op een bultje van twee meter blijf ik echter haken. “Shit, ik hou de anderen op. Komaan, zet kracht op je dijen”, pomp ik mezelf moed in. Even later blaast de wind ijzig op de wangen. We weten dan nog niet dat dit slechts het voorspel is voor de koudegolf die op til is.

Naarmate de dag vordert, kom ik voor het eerst in de runners’ high, maar dan op latten. Mijn fantasie gaat op de loop. In de besneeuwde dennenbomen en struiken zie ik reuzenmieren, vuurspuwende draken en lucifers op mensenmaat. Heb ik te veel Roald Dahl gelezen? Neen, dit is a natural high, een trance in de sneeuw. De vermoeidheid neemt toe. Eén vraag suist nog door mijn hoofd: ‘Hoever is het nog naar die verdomde blokhut?’

Een vraag die onze gidsen liever niet beantwoorden, want tijd en afstand zijn hier een rekbaar begrip; een kilometer kan eindeloos zijn. Als we de hut eindelijk bereiken, gaat de riem er nog niet af. De gids stookt meteen de gietijzeren kachel op met hout, twee of drie vrijwilligers gaan op zoek naar water. Dat vinden we in nabijgelegen beekjes of riviertjes. Of we maken een gat in een bevroren meer. Leve water en vuur, twee natuurelementen die zo vanzelfsprekend lijken in onze luxemaatschappij. Wanneer je een halfuur een gat uithouwt in het 60 centimeter dikke ijs en dan het loepzuivere water ziet opborrelen, word je spontaan gelukkig.


OFF TRACK IN SURVIVALMODUS

De volgende dagen gaan we steeds vaker off track. Er zijn geen paden meer, we maken nu ons eigen spoor. Als eerste een eigen track maken, is pure vrijheid. Je voelt je een eigenzinnige ontdekkingsreiziger die onontgonnen terrein verkent. De eerste langlaufer maakt het spoor, de tweede effent de ‘middenberm’, daarna volgt de eerste persoon met pulka. Hij heeft het zwaarste karwei en maakt een soort geul of kommetje waar de rest door kan.

Teamwork rules. Je beseft zeer gauw dat je in dit onherbergzaam gebied op elkaar aangewezen bent. Vandaag help je een teamgenoot die met de pulka blijft haken achter een struik, morgen word je zelf gered, omdat je na een val een halve meter in de diepsneeuw zinkt terwijl je ski’s in een winkelhaak liggen. Bij de een is die ‘reddingsmodus’ net iets meer ontwikkeld dan bij de ander – we hebben twee brandweermannen mee, dat scheelt – maar elkaar te hulp schieten in benarde situaties schept een band.

Dankzij onze gps-tracker lopen we nooit verloren, maar dat gevoel krijg je wel als je een bos met diepsneeuw doorklieft, slalommend tussen weerbarstige bomen. En als we een helling afglijden, lijken we Bambi op ijs. Vallen, opstaan en weer doorgaan, ook dat is deze expeditie. Hoewel ze niet hoger zijn dan 800 meter, zien de Laplandse fells of tunturi’s (rotsachtige heuvels, net boven de boomgrens) eruit als dreigende reuzen. Als het te steil wordt, maken we brede haarspeldbochten. In elke bocht spartelt de pulka tegen. “Maak een korte heupslag”, adviseert de gids. Hoe hoger ik klim tijdens deze expeditie, hoe meer ik aan mijn dierbaren denk en de emoties opborrelen. Je komt in een survivalmodus; je krijgt bovennatuurlijke krachten, boort reserves aan waarvan je niet wist dat je ze had.


DOOR DE DUIVELSPOORT

Dag vijf dient zich aan als de Dag des Oordeels. We moeten door Pirun portti, de Duivelspoort. Eerst slingeren we ons door een beboste vallei. De sparren en dennen – ze kunnen tot vier ton sneeuw torsen - zijn gedrapeerd met een vorstelijk kleed van duizenden sneeuwkristallen. Een stroboscoop van zonlicht valt recht naar beneden. De crown snow, sneeuw en harde rijp die zich en masse opstapelt op de bomen, creëert surrealistische beeldhouwwerken. Opeens doemt hij op, Devil’s Gate, een diepe kloof tussen twee symmetrische heuvels, alsof er één spie van de taart is weggesneden. De klim naar boven is verraderlijk. Elke keer de top binnen handbereik lijkt, onthult zich een nieuwe helling. Het laatste stuk is zo steil dat de ski’s op de pulka gebonden worden en we te voet verder ploeteren. Op de top val ik in de armen van Anton. Samen kijken we naar een kudde van zo’n honderd rendieren die veiliger oorden opzoeken als ze ons in de gaten krijgen. In Fins Lapland zijn meer rendieren (200.000) dan inwoners (195.000). De hulpjes van de Kerstman leven meestal in het wild, maar zijn allemaal geoormerkt. De Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland, koesteren ze: het vlees om te braden of te roken, de vacht om te slijten aan toeristen, de hersenen om leer te poetsen. “Rendieren zijn slim, ze gebruiken graag onze tracks. In de winter overleven ze met minimaal energieverbruik”, weet Brent.



SAMEN VERKLEUMEN

De vraag die iedereen stelt na zo’n expeditie: ‘En, heb je afgezien door de koude?’ In Fins Lapland is het zo’n zeven maanden per jaar winter. In de koudste wintermaanden – wij trokken rond begin februari - zijn temperaturen tot min 35 graden onder nul geen uitzondering. De koude kent geen geduld. Je kan je er enkel tegen wapenen door je goed te kleden (zie kaderstuk). Ze laat zich vooral ’s morgens voelen en in de vooravond, als het fysiek labeur stopt en we de ijskoude blokhut zo snel mogelijk proberen op te warmen. Een ijzeren wet: als je hier niet beweegt, ril je snel als een espenblad. Een bezoekje aan het wildernistoilet, op wandelafstand van de blokhut, is een beproeving. Het lijkt een beetje op ons toilet uit grootmoeders tijd: een houten constructie met een gat. Daaronder: een piramide van bevroren kaka in een groene bak. De enige luxe: een bril in zwart piepschuim. En ook: geen stank.

Samen verkleumen voor een gietijzeren kacheltje of open haard in de blokhut na een dag glijden, creëert broederschap, maar uiteindelijk levert elk expeditielid zijn persoonlijk gevecht met de koude. “Ik ga thuis niet meer trunten als het iets frisser is”, zegt Annick. Handen en voeten zijn het gevoeligst, met tintelend witte vingertoppen als gevolg. De aders trekken samen waardoor minder bloed vingers en tenen bereikt om de rest van je lichaam voldoende warmte te geven. “Blijf rustig, straks komt er weer leven in”, sust Brent. “Je moet de koude aanvaarden.” Hij kent ze door en door. Door de vele expedities, hier en in Spitsbergen. Een goede expeditieleider leest de sneeuw, maar evenzeer de groep. Die groepsdynamiek is bijzonder. Na enkele dagen heeft iedereen zijn taken. Je leert snel elkaars sterktes en zwaktes. En ook die aanvaard je, moeiteloos.



ONTHAASTING, DE NIEUWE LUXE

Na een onvergetelijk avontuur van acht dagen genieten we in Kilopää nog van een savusauna, een rooksauna die wordt opgewarmd met een houtgestookte open kachel, zonder rookafvoer naar buiten. Wanneer de gewenste temperatuur bereikt is en de wanden hun warmte afgeven, wordt een luikje in het dak of de wand geopend en de deur op een kier gezet om de rook af te voeren. Dan is de sauna klaar. We nemen een houten zitplankje om ons op de zwartgeblakerde zitbanken te posteren. Enkele doorgewinterde Finnen gooien water op de kolen, de hitte blaast in het gezicht. Afkoelen doen we met een ijsduik in een beekje vlakbij. Finland telt ruim twee miljoen sauna’s, het is hun nationale hobby.

Deze expeditie was een fysieke en mentale beproeving, een digitale detox, maar vooral een oefening in onthaasting. Stap voor stap. Ik had zeeën van tijd om na te denken, maar meestal vertoefde ik in het zalige ‘nu’. Willem vat het zo samen. “Ik denk meestal aan niets. Maar enkele weken na een van mijn eerste trips, besliste ik om mijn doctoraat stop te zetten. Onbewust zet je alles op een rij en hak je nadien sneller knopen door.”

De wereld heeft nood aan wat meer traagheid, denk ik, wanneer ik een etmaal later in Zaventem tussen een lintworm van mensen op mijn bagage wacht. Voortaan zal ik nog méér dan vroeger onthaasten, in lichaam en geest.

Ik ga op expeditie naar Fins Lapland en ik neem mee…

- …een passende, warme uitrusting: cruciaal voor je comfort en veiligheid. De winters in Lapland kunnen extreem koud zijn (tussen de -5°C en -30°C, of nog kouder. Door de droge, continentale lucht is de koude relatief dragelijk.

- …voldoende laagjes. Het laagjesprincipe betekent dat je drie à vier dunne lagen aantrekt, in plaats van één dikke laag. De lucht tussen de lagen zorgt voor extra isolatie. Te veel kledij is niet goed, want dan zweet je sneller waardoor je terug sneller afkoelt.

- … kwalitatief thermisch ondergoed voor boven- en onderlichaam als basislaag. Thermisch ondergoed in merinowol is een aanrader, net als een ademende fleece als tweede laag en een windstopper of waterdichte jas mét kap en skibroek als buitenlaag. Ritsopeningen onder de oksel zijn handig. Open ze bij zware fysieke inspanningen of iets warmere temperaturen. Na de dagtocht doe je een warme donsjas aan, want wie stilstaat, koelt af.

- …warme donswanten, ademende muts en windstoppende buff. Handen, voeten en hoofd zijn zeer gevoelig voor de koude en kunnen vrieswonden (frostbite) veroorzaken. Een skibril is een aanrader bij stormachtig weer.

- cross-country ski’s met stijgvellen + aangepaste skistokken en goed gevoerde langlaufschoenen

- pulka of slede

- Koplampje, rond 15.00 uur wordt het donker in de wintermaanden.

- Satelliettelefoon, noodbaken en je persoonlijke EHBO. Niet te missen: ontstekingsremmers, compeed en kinesiotape.



De magie van het Noorderlicht

Het noorderlicht of Aurora Borealis ontstaat bij uitbarstingen van de zon waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes het heelal in geslingerd worden. In de buurt van de aarde buigt het magnetisch veld van de aarde de deeltjesstroom af richting Noordpool. Wanneer deze in de atmosfeer botsen op zuurstof- en stikstofatomen komt een enorme hoeveelheid energie vrij. Boven de Poolcirkel wordt de kans om het Noorderlicht te zien veel groter. Hoewel het zich nu laat voorspellen via apps en de zogenoemde planetaire magnetische index (Kp) op een schaal van 1 tot 9, ben je nooit 100 procent zeker dat je het natuurwonder kan zien. Dat is net de magie ervan. Al vergroot de kans op observaties sterk wanneer de hemel helder is en je diep de wildernis in trekt, zonder artificiële lichtvervuiling.


Een tiendaagse expeditie naar Fins Lapland met Into the arctic kost 2.150 euro, all-in. We vlogen op Ivalo met tussenlanding in Helsinki. Startpunt van de expeditie was Kilopää, op een uurtje rijden van Ivalo. Into the arctic voorziet alle expeditiemateriaal (toerlanglaufskiset en pulka) en safety (satelliettelefoon, noodbaken). Bij de reis kan je ook vrijblijvend een donsset huren met wanten, jas en slaapzak, zo blijf je bij extreme koude warm. Voor elke reis organiseert de reisorganisator een infosessie, waarin de groep al zijn vragen kan afvuren op de gids. www.intothearctic.be


33 keer bekeken